Hoewel ik van veel actrices houd is Marieke Heebink voor mij de absolute koningin van het theater. Zeer, zeer terecht won ze de Theo d’Or voor haar rol in Medea die weer te zien is vanaf 17 augustus in de Stadsschouwburg Amsterdam. Ook in haar andere rollen, klein of groot, blinkt ze uit met haar bijzondere fysieke zeggingskracht en haar zeldzaam stemgeluid en intonatie. Zoals in Husbands and Wives afgelopen voorjaar, geregisseerd door Simon Stone die ook Medea regisseert en vanaf 2017 als vast gastregisseur zal werken bij Toneelgroep Amsterdam.
De wereld van Medea, in deze voorstelling Anna, sluit niet meer aan bij de wereld van haar geliefden. Ze keert terug uit een instelling, waar ze een tijd verbleef omdat ze had geprobeerd haar man Lucas te vergiftigen. Met de positieve houding het oude achter haar te laten en verder te gaan waar ze gebleven was stapt Anna…
Gezien première 3 augustus 2017, het Amsterdamse Bostheater
In het Amsterdamse Bostheater is de première van Julius Caesar, een productie van Orkater en de Amsterdamse Schouwburg, geregisseerd door Michiel de Regt. Op dit prachtige podium in het Amsterdamse Bos ziet het decor er indrukwekkend uit met vanuit de vier windstreken een pad naar het midden podium met daarop een kleuterstoeltje, wat de troon van Caesar blijkt te zijn. Vol bravoure en flamboyant komt Julius Caesar (Mattias Van De Vijver) de trap af aan de achterzijde af, alsof hij een catwalk oploopt. Duistere figuren als kraaien of vleermuizen houden Caesar amicaal vast, maar het amicale is onbetrouwbaar. Meteen staat helder vast dat dit verhaal niet goed kan aflopen. De stevige wind en invallende schemering geven dit een extra lading.
Het verhaal van Julius Caesar gaat in deze regie niet over het opkomend populisme en de autoritaire leider die daar de vruchten van plukt, maar over de tegenstanders van dit populisme die de macht weer in de handen van het volk wil leggen. Brutus (Matthijs van de Sande Bakhuyzen) voert deze tegenstanders aan, verleidt door Cassius (Charlie-Chan Dagelet). Cassius zweept Brutus op om Caesar te vermoorden en speelt in op zijn geweten. Brutus is de vertrouweling en goede vriend van Caesar. Hij houdt veel van hem, maar meer van Rome. Hij gaat mee in het plan van Cassius. Brutus is de nobele held die een innerlijke strijd levert tussen hoofd en hart.
De andere vertrouwelingen van Caesar, Marcus Antonius (Jip van den Dool) en Casca (Erik van der Horst) zijn dubbelzinnig in de liefde voor Caesar. Marcus Antonius wreekt de moord op Caesar, maar enkel en alleen om zelf de macht te verwerven. Toch kiest Marcus Antonius in zijn monoloog bij de begrafenis van Caesar krachtig en oprecht partij voor Caesar terwijl hij Brutus niet afvalt. Hij blijft herhalen hoe nobel Brutus is. Maar wat is die nobelheid waard als Caesar het toch zo goed met het volk voor had? Dat blijft in deze voorstelling ook steeds in het midden. Wat is goed en wat is kwaad? Voor wie zou ik kiezen? Van den Dool is in deze voorstelling degene die zijn rol het meest leeft. Om de kwaliteiten van de andere acteurs niet in twijfel te trekken, maar zij blijven qua rol nog aan de oppervlakte. Juist omdat het stuk in de kern over Brutus gaat zou ik meer van zijn hartenpijn willen zien. Ik hoor zijn gevecht aan maar het is lastig meevoelen. Het blijft enigszins op afstand. Wie uit deze oppervlakte wel steeds de kop opsteekt is Amarenske Haitsma. Zij speelt Calpurnia, de geliefde van Caesar. Daarnaast is ze Julius, de kreupele bediende van Brutus en Metellus Cimber, één van de bondgenoten van Brutus. Zij is een verfrissende opvallende bloem die de voorstelling zonder meer van kleur voorziet.
De vondsten in het samenspel met de muzikanten van K.O. Brass! zijn geniaal. Als één harmonieus geheel spelen de acteurs en muzikanten hun spel en muziek en tillen ze elkaar op. De instrumenten spelen hun eigen spel als bijvoorbeeld de uitzinnige menigte bij de paardenrennen als Caesar zijn kroon tot drie maal toe weigert. De ontroerende koorzang tijdens de moord op Caesar bezorgt me kippenvel. Mede omdat de moord een fraai gechoreografeerd geheel is. Zo zitten er in de gehele voorstelling visueel en dramatisch veel aantrekkelijke momenten. Het beeld van Caesar dat bloed spuwt, het overlijden van Cassius, Casca’s geestige présence en de openingsmonoloog van de kleine Caesar om er maar een paar te noemen. Het geheel is prachtig aan elkaar gesmeed, alleen het hart mag nog iets sneller gaan kloppen.
Het schrijversduo Iona Daniel en Rineke Roosenboom bedenken, schrijven en spelen de voorstelling Rumspringa en behoren tot Orkater/de Nieuwkomers. Ze doen dit in samenwerking met de band Shaking Godspeed. Deze productie ging vorig jaar op Oerol in première en is nu klaar voor zijn première in het theater vanavond en gaat op tour. Rumspringa betekent letterlijk ‘in het rond springen’ en is een periode die de Amish hun adolescente jongeren bieden om de wereld buiten de gemeenschap te ontdekken. Zo ook in de sektarische leefgemeenschap waarin Iona en Rineke opgroeien: de Kring van Welsch. Op hun 18e gaan ze naar een huis in de stad waar ze alles mogen en moeten ontdekken om tot een juiste keuze te komen. De wereld of de Kring.
We maken kennis met gebruiken, initiatierituelen, sessies die als doel hebben de huls te legen van leugens die gaan rotten in je en met Gideon. Gideon is de rode draad door de voorstelling. Hij overleefde een initiatieritueel op zijn 10e niet en moest de Kring verlaten. Het cru buitengesloten worden om iets willekeurigs blijft deze twee leden fascineren. Ook stellen ze zich de vraag of het mogelijk een zegen is geweest voor Gideon. Iona is overtuigd van het feit dat ze alles meekrijgen in de Kring om te overleven in de buitenwereld en dus een bewuste kunnen keuze maken. Rineke twijfelt daaraan. We zijn verpest door de Kring, vindt zij.
Dit onderzoek naar het effect van leven in de Kring is in eerste instantie oprecht kinderlijk. Zoals kinderen zich voorstellen hoe het is om bijvoorbeeld een jongen te zijn als meisje of hoe je bij iemand naar binnen kijkt en je jezelf voorstelt hoe het zou zijn als jij op die bank zit. De oprechtheid van Iona om bij de Kring te willen horen en de overtuiging van Rineke over diezelfde Kring is schattig, maar pakt me niet helemaal. De liedteksten en de indrukwekkende zang verleiden me op dat moment in de voorstelling meer. Totdat de essentie van de Kring zichtbaar wordt en de vaak gehoorde vooroordelen over sektarische gemeenschappen vilein blootgelegd worden. De eenvoudige manipulaties en de schijnheiligheid van de goedbedoelde hiërarchische structuur vullen de huls met nieuwe leugens. Het is beklemmend en onbehaaglijk.
De verhalende vorm met flashbacks, maar met Gideon als rode draad is helder. Iona en Rineke hebben niet de pretentie actrice te zijn waardoor het spel kwetsbaar en authentiek blijft. Bovendien blijft de illusie van een autobiografisch verhaal hiermee bestaan. Wat is waar? Ze zijn in ieder geval volwassen geworden in de Kring van Welsch die ik voor me zag door hun verhaal.
Vincent van der Valk als Kostja en Ariane Schluter als Arkadina zijn geknipt als moeder en zoon. De theatraliteit en manie van van der Valk om te slagen in zijn ambities als schrijver en om gezien te worden door zijn moeder zijn hilarisch en tragisch tegelijk. Schluter zet een zelfingenomen, alleswetende en tikkeltje ordinaire Arkadina neer die commentaar geeft op de levens van de mensen om haar heen, maar te beroerd is om in de spiegel te kijken. Schluter is meesterlijk. Als ze kort in de spiegel kijkt en ziet wat haar gedrag doet met haar jongen die huilend op de grond ligt na een ruzie is schrijnend en geeft hoop voor deze relatie. Helaas tevergeefs.
Marcus Azzini geeft deze voorstelling van Een Meeuw als ondertitel ‘Over het verlangen gezien te worden’. Het toneelbeeld schreeuwt om aandacht door zijn krankzinnige kleuren en de acteurs ook door de speelstijlen die zich afwisselen van naturel, naar zeer theatraal en gemanierd. Op elke leeftijd is dat verlangen gezien te worden aanwezig of ze treuren om wat we niet hadden. De oude dokter Dorn en Sorin staan aan het eind van hun leven, de een wat tevredener dan de ander. Dorn, Daniel Cornelissen, ouder gemaakt dan hij in het oorspronkelijke stuk is, weet alles met zijn droogkomische humor te relativeren en beschouwen. Hij is wat het koor is in een Griekse tragedie, alleen dan met een Haags accent.
Op het landgoed van Sorin, hartveroverende rol van Peter Bolhuis, zijn de familie, personeel en vrienden samen in de zomer aan het meer. Arkadina, zijn zus, arriveert met haar geliefde Trigorin, dé toneelschrijver van dit moment. Martijn Nieuwerf speelt deze rol irritant goed. Een man zonder ruggengraat, waar niemand op kan bouwen, maar zeer geliefd door zijn roem. Nina, het meisje waar Kostja van houdt, woont aan de andere kant van het meer en wil actrice worden. Op de avond van aankomst van Arkadina en Trigorin zal zij het nieuwe stuk van Kostja laten klinken. Ze is zenuwachtig voor Trigorin. Door hem wil ze voornamelijk gezien worden. De roem die hij heeft verworven is haar ultieme doel, ze hunkert naar die erkenning en ze is ervan overtuigd dat die roem haar gelukkig zal maken. Sigrid ten Napel speelt deze rol (haar toneeldebuut) ambitieus en kwetsbaar, soms lijkt haar huid bijna doorzichtig. Nina is een beetje wereldvreemd, maar doelgericht en weet iedereen in te palmen door haar naïviteit en maniertjes. Ze praat heel beheerst alsof ze zichzelf bij ieder woord opnieuw zoekt. Nina verwerft haar roem, maar de erkenning en zichzelf vindt ze daar niet in. Aan het eind lijkt ze te vechten tegen een psychose, wat ten Napel heel overtuigend en ontroerend doet. Zij is voor mij de meeuw in het stuk die vrij en dartel haar weg zoekt, en kapot wordt gemaakt omdat iedereen haar wil hebben.
Iedereen lijdt, verveelt zich of is onrustig. De gebeurtenissen spelen zich af op de achtergrond, wat we zien zijn de gevolgen op de personages. Ontluikende liefdes die geen bevrediging kennen, ambitieuze jonge mensen vol prachtige plannen, carrières die zeer geslaagd zijn verlopen en die met alle macht vastgehouden dienen te worden en de concurrentie tussen die twee generaties. De teksten van Tsjechov zijn grappig en tragisch, de regie van Azzini is dolkomisch waardoor de tragiek soms onder gesneeuwd lijkt te raken. Maar als de lach weg zakt zie je alle personages worstelen met hun lot en komt de tragiek bovendrijven en kan het sommigen overspoelen.
Sinds de première op 5 juni 2015 is Kings of War, geregisseerd door Ivo van Hove, bejubeld door nationale en internationale pers. Het is een epische vertolking van drie Shakespeare stukken, Henry V, Henry VI en Richard III. Bewerkt zodat de uitgebreide historische vertelling over de oorlogen tussen de huizen York en Lancaster en de Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk op de achtergrond blijft. We zien vooral de beweegredenen en het psychologisch drama achter het ontstaan van deze oorlogen. Van de moreel, verstandelijk handelende Henry V (Ramsey Nasr) naar zijn opvolger Henry VI (Eelco Smits) die als een kind zo beïnvloedbaar chaos veroorzaakt door zijn focus te leggen op het geloof in plaats van het landsbelang en Richard III (Hans Kesting) die door mismaaktheid en ongeluk een machtshonger ontwikkeld die ieder voorstellingsvermogen te boven gaat.
Deze drie mannen komen tot leven voor onze ogen. Ze worden geschilderd op een leeg canvas waar we bij zitten. De ontwikkeling van deze historische figuren en hun leiderschap wordt blootgelegd. De werk- en liefdesrelaties van deze koningen krijgen betekenis door machtswellust, afhankelijkheid, verlangen, koningsgezindheid of liefde. Een imposante voorstelling waarbij gebruik wordt gemaakt van zoveel disciplines en schakering in kleur, waarbij kunstenaars op de toppen van hun kunnen excelleren: de acteurs, de trombonisten, de countertenor, de dj, de technici en cameraman geven een beeld weer van toen, maar wat zo relevant is in huidige onvoorspelbare tijden en nagenoeg onbeschrijflijk.
Ik vergeet de blik van de Hertog van York, gespeeld door Bart Slegers, niet snel meer. Hij wordt geloosd door Suffolk (Jip van den Dool) die aast op de macht. De hertog van York doorziet uiteraard het spel en met duivels genoegen kondigt hij in de camera zijn plannen aan. Voortdurend zien we het gekonkel in de gangen van het paleis op het grote projectiescherm midden op het toneel. We worden rechtstreeks aangesproken of zien de werelden van oorlog verbeeldt. De breekbare Henry VI wordt voor de leeuwen gegooid bij zijn kroning en ze verslinden hem met huid en haar. Smits geeft deze man emotioneel, mentaal en fysiek virtuoos vorm. Bij Slegers, later als Edward IV, breekt de broosheid zijn kracht als een schittering die het duister verlicht. Hans Kesting die als Richard III beangstigend is en me later verbijsterend genoeg ook ontroert door zijn gekte en waanzin.
De hoogtepunten wisselen zich af met hoogtepunten. De samenzang aan het einde als Richard III is verslagen door Richmond (Ramsey Nasr) is onvergetelijk. De rollen zijn de rollen, daar zitten kleine rollen tussen en de grotere, met 14 acteurs spelen ze 30 rollen. In die rij, achter Richmond, zie ik de krachten gebundeld tot één organisme samen ademend en zingend. Dit organisme, Toneelgroep Amsterdam, gaf ons een gedenkwaardig magistraal kunstwerk met Kings of War.
Aanvankelijk is het even wennen om tot de poëtische tekst van deze voorstelling door te dringen. De tekst, geschreven door Pedro Calderón de la Barca (1635) en vertaald door Erik Coenen, is rond en rijk en roept direct beelden op van de geschiedenis van de personages. Deze geschiedenis is pijnlijk en vol verlangen en de tekst op rijm geeft de acteurs gelegenheid om de beelden opgeroepen in dit prachtig dichterlijke toneelstuk waarachtig vorm te geven. Waardoor ik als kijker ook de tijd krijg alles te verwerken. De pijnlijke geschiedenis begint bij Koning Basilius (Titus Muizelaar) die zich genoodzaakt ziet zijn pas geboren zoon op te sluiten in een grot. Sigismond (Krisjan Schellingerhout) wordt opgesloten omdat de sterren tijdens zijn geboorte verkeerd staan, zijn moeder overlijdt en om het koninkrijk te beschermen tegen deze tiran ziet zijn vader geen andere uitweg.
De voorstelling begint met Rosaura, een krachtige rol van Julia Akkermans die ik voor het eerst op toneel zie en met haar nog meer jonge acteurs. Rosaura is op weg naar Polen om wraak te nemen op Astolphus (Matthijs IJgosse) die haar verlaten heeft. Zij valt letterlijk in de geschiedenis van Sigismond zonder dat ze beide weten wat die geschiedenis is. Deze ontmoeting heeft grote gevolgen voor het geheel, het is Sigismond die zorgt voor eerherstel. Maar voordat dat alles kan plaatsvinden, wordt Sigismond eerst bevrijdt uit zijn levenslange gevangenschap om voor een dag de troon te bestijgen en te bewijzen dat hij een mens is en geen beest. Hij faalt en hem wordt wijs gemaakt door Clotaldus (Joep van der Geest), zijn bewaker en opvoeder, dat hij alles wat hij heeft gezien en ervaren droom is. De dag waarop hij de troon bestijgt lijkt een luchtkasteel, een fata morgana door de grote, plots opgeblazen luchtballonnen die kroonluchters lijken. De kleding en stoffen die op de grond lagen bedekken de ballonnen en zo worden het schuilplaatsen of doorkijkgaten. Iedereen is overal. De muziek, gecreëerd met een speeldoosje of een cimbaal, maakt het sprookjesachtig en soms onheilspellend. De koning, de vader heeft zijn voorspelde noodlot waarheid laten worden door een tiran zonder enige morele opvoeding de troon te laten bestijgen. Zijn geheim ligt nu bloot en de bevolking bevrijdt Sigismond opnieuw en opstand breekt uit.
Basilius is een oprecht zachtaardige koning, vanzelfsprekend en met kalmte gespeeld door Muizelaar. Zijn zoon Sigismond wordt magistraal gespeeld door Schellingerhout. Het beest in hem reageert heel primair en logischerwijs moet het direct getemd door de norm die er heerst, maar hoe begrijpelijk is het dat deze jongen zo woedend is. Het onrecht wordt gebagatelliseerd omwille van de aanpassing. De regisseur, Olivier Diepenhorst, heeft een mooi thema te pakken. Gelachen is er ook genoeg. Klaroen (Bart Bijnens), een komisch personage, die overal opduikt waar hij niet hoort te zijn wordt slachtoffer van zijn eigen onhandigheid. De expressie en het grote spel van IJgosse en de worsteling en het virtuoze fysieke spel van van der Geest zijn soms aandoenlijk, soms hilarisch. Rosaura slaat zich moedig door alles heen met haar doel voor ogen. Zij is tegelijkertijd de nuance in het geheel die de zere plekken niet ongemoeid laat.
Hoe leef je groots en meeslepend? Hoe krijgt je leven vorm? Bovendien, hoe krijg je regie over je eigen leven? Thema’s die ik terug zag in Hedda Gabler van Theater Utrecht geregisseerd door Thibaud Delpeut. In de programma-informatie lees ik dat zijn Hedda Gabler gaat over de intense drang een leven te leiden dat de moeite waard is. Wanneer is het de moeite waard en welke stappen neem je om het de moeite waard te laten zijn. Hedda, de generaalsdochter, is opgevoed voor de strijd die het leven is. Haar vader kijkt in haar nieuwe woning over haar schouder mee wat zij van haar leven maakt. Ze gaat wel degelijk de strijd aan, maar met de demonen buiten haarzelf die haar in de weg lijken te staan voor het avontuurlijke leven wat zij voor ogen heeft. Ze zit gevangen in de norm en verwachting die het leven in die tijd van vrouwen heeft. Ze voedt zich aan de levens van anderen als een parasiet om haar levenshonger te stillen. Haar leven en dat van anderen gaat ten onder aan die honger.
Karina Smulders geeft Hedda Gabler een wanhoop en levenslust mee die lijnrecht tegenover elkaar staan. Ze schakelt van ontevreden, paniekerig schaap naar een sprankelende opgeruimde vrouw. Deze schakel is vooral zichtbaar in haar ogen, zodra er iemand het huis inkomt die haar kan voeden. Ze commandeert haar man Jürgen Tesman (Guy Clemens) en uit voortdurend wat ze veranderd wil. Als Brack (Peter Blok), haar minnaar en opportunist, arriveert licht ze geraffineerd op als een vlammetje dat net ontstoken wordt en dartel fladdert in de wind. Een panter die aast op een prooi, langzaam en geruisloos sluipend als haar oude vriendin Thea (Astrid van Eck) haar vertelt haar man te hebben verlaten voor Eilert Lövborg (Reinout Bussemaker), de vroegere minnaar van Hedda. Lövborg heeft zijn roerige bestaan achter zich gelaten en levert een briljant werk af waardoor hij Tesman voorbij streeft. De ietwat sullige academicus bereidt zich voor op zijn leven als professor en kan geen concurrentie gebruiken. Zo geniaal is hij nu ook weer niet, tot groot ongenoegen van Hedda die er alles aan doet om haar man te behoeden voor tegenspoed op zijn carrière pad. Verlangen, manipulatie, verleiding en vernietiging gaan hand in hand in al deze verhoudingen en relaties.
Het toneelbeeld is sober. Het droomhuis van Hedda en Jürgen is tot in de puntjes ingericht tijdens de huwelijksreis. Desondanks is Hedda met alles ontevreden. Het enige wat zij meeneemt uit haar oude leven zijn twee duelleerpistolen en het portret van haar vader. Symbolisch voor de strijd en de mannelijke kracht waarmee zij is groot geworden. De onmacht van Hedda om de mislukking die zij ervaart in haar beelden van het leven wordt haar ondergang. Het leven ontvouwt zich niet zoals zij wenste. Ze vat wel de moed om de regie in eigen hand te nemen, maar de destructie wint. De mensen om haar heen leven door en voeden zich met dat wat het leven geeft en bieden moedig en menselijk tegenslagen het hoofd. Wat een voorstelling! Delpeut is er weer in geslaagd een menselijk portret te schetsen en met compassie te laten zien hoe een tijdsgeest, een persoonlijkheid en omstandigheden hartverscheurend op een leven inwerken.
Een intiem, confronterend, ontnuchterend en bovendien zeer geestig portret van twee mannen die ofwel de dood omarmen als deel van het leven of deze juist willen bezweren door allerlei doelen te stellen. De dood heeft voor ieder een andere rol gehad in het leven die tekenend is voor hoe ze er nu mee omgaan.
Leopold Witte die op vrije middagen op een hoogtepunt vier begrafenissen afwerkt, van vreemden welteverstaan. Geert Lageveen die op alle mogelijke manieren het leven viert en juist begrafenissen uit de weg gaat. Witte lijkt in eerste instantie de zwartkijker, die vindt dat ze op hun retour zijn en in hun laatste fase verkeren. Lageveen is de opgewekte, die niet eerder in een betere fase zat. De leidraad is een gesprek na hun vorige voorstelling, 237 redenen voor seks, waar Witte de dood als onderwerp voor het vervolg opwerpt, ‘na de seks, de dood.’ Zoals verwacht sputtert Lageveen tegen en wat volgt is een zelfonderzoek. De voorstelling heeft in wezen niets en tegelijkertijd alles met dood te maken. Ze spelen ermee, schuren ertegen aan en vragen zich af wat het betekent. Voor mij hebben ze het juist over het leven, halen ze er beide uit wat ze eruit kunnen halen, ieder op hun unieke wijze. De muziek uit de jaren ‘60, ‘70 en ‘80 beweegt mee en zij versterken de lading door hun spel. Witte is onnoemlijk geestig als hij zijn oude vader speelt in het ziekenhuis, of als hij samen met Lageveen na een begrafenis in de aula staat en een bitterballetje wegwerkt. Het natuurlijke contrast tussen de twee mannen is tot in de puntjes uitgewerkt en confronteert met de route die eindig is. Het alternatief wat personage Theo biedt is letterlijk en figuurlijk uitzichtloos, dus had Lageveen hem toch moeten laten liggen zoals Witte zou doen?
De twee acteurs ontvangen het publiek zelf bij de zaaldeur en Witte gaat na aanvang kort de interactie met het publiek aan. Dit zorgt voor een intieme sfeer waarop het universele van de dood en het leven rusten kan. De twee sterke acteurs behouden hun eigenheid in het omgaan met het onvermijdelijke. De voorstelling swingt van begin tot eind en dat komt maar voor een klein gedeelte door de muziek. Lageveen en Witte zijn prachtig op elkaar ingespeeld en creëren hun eigen unieke melodie.
De doordringbare wanden nodigen uit om in spanning af te wachten wat gaat komen en prikkelen tegelijkertijd om erachter te gluren. Soms krijgen we een inkijkje, als in een etalage die extra uitgelicht wordt, zodra de prins op zijn enigszins verwende toon spreekt over mensen die hem bezighouden. Graaf Appiani bijvoorbeeld die op het punt staat te trouwen met Emilia Galotti. De prins kan het niet geloven. Hij is te laat. Hij had eerder actie moeten ondernemen. Hij houdt namelijk al tijden van haar, zij is het die hij voor perfect houdt. Markies Marinelli voorziet de prins van advies om Emilia alsnog voor zich te kunnen winnen. Dat de prins zijn zin krijgt mag duidelijk zijn. Dat krijgt hij namelijk altijd.
Emilia Galotti is een ode aan de zelfbeschikking. ‘Ik moet nog zien wie me vasthoudt, wie me dwingt-wie de mens is die een mens kan dwingen.’ Als in een snoepwinkel kiest de prins wie hij het liefst wil en wie hem niet meer smaakt. Gravin Orsina wordt afgedankt, Emilia is de volgende prooi, tot afschuw van haar vader. De moeder van Emilia speelt daarin een dubbel spel. Het lijkt alsof zij de aandacht van de prins voor haar Emilia toejuicht, wat op weerstand stuit van haar man, de rechtschapen Odoardo Galotti. Om die reden houdt ze dat verborgen voor hem, hoewel ze de manier waarop de prins Emilia voor zich wil winnen verafschuwt, maar haar dochter toch weer alleen laat in het lustslot. Een geestig hysterische, tegenstrijdige karakterschets van een moeder die uiteindelijk het beste voor haar kind wil, door Hannah van Lunteren, prachtig tegen gekleurd door Sieger Sloot. De prins, door Jip van den Dool, is een jongetje, een man en een aristocraat die deze zijnsvormen niet goed kan verenigen in een persoon. Hij laat zich meeslepen door Marinelli in een complot en denkt dat zijn status voldoende is Emilia voor zich te winnen. De prins heeft totaal geen realiteitszin, opgejaagd en verblind door de onschuld van Emilia. Die schakeringen laat van den Dool gedetailleerd in zijn fysiek en mimiek zien. Marinelli is de strateeg, hij zet het plan uit om de prins te behagen. Vanja Rukavina speelt deze Marinelli uiterst geslepen en zeer alert. Ten koste van de zachtaardige graaf Appiani, door Harm Duco Schut. Gravin Orsina voortreffelijk geestig gespeeld door Keja Klaasje Kwestro laat met haar spot de tragiek van de prins en de gehele voorstelling zien. Zij is onze spiegel.
De toneelklassieker Emilia Galotti, geschreven in 1772 door Gotthold Ephraim Lessing is duizelingwekkend actueel door het grote thema zelfbeschikking. De onschuld heeft te lijden onder macht en corruptie. De regie van Maren E. Bjorseth met al zijn verwijzingen naar oude tijden laat het heden regeren. Het frisse, zoetige toneelbeeld draait me een rad voor ogen. In die ogenschijnlijke openheid en lichtheid is veel verborgen wat fasegewijs onthuld wordt. Het wit op de gezichten van de acteurs geeft me de indruk van marionetten die niet meer zelf kunnen nadenken, gehinderd door opgelegde denkbeelden. De onschuld van Emilia wordt bewaakt en misbruikt en zij zelf is onbewust van haar invloed op anderen. Toch blijkt dat ze meer is dan alleen wat anderen van haar maken en is ze uitgegroeid tot een zelfbewuste jonge vrouw die exact voelt wat goed en kwaad is. Diewertje Dir is meeslepend onschuldig en verleidelijk in de titelrol. Zoals de prins kiest waar hij op dat moment zin in heeft, zo wil ik alleen maar meer van alles. In deze snoepwinkel van Emilia Galotti is alles verrukkelijk. Het spannende decor, de bewerking van de tekst, en vooral het grootse spel van deze jonge cast.
We zien een schrijver Orhan, die de gangen na gaat van zijn vriend Ka om erachter te komen wat er precies in zijn laatste dagen is gebeurd. Hij zegt een biografie over zijn vriend te willen schrijven. Hij is tevens op zoek naar de liefde, de liefde die zijn vriend Ka had. Hij komt terecht in een zeer complexe wirwar van politieke, religieuze en persoonlijke belangen in het dorpje Kars in Turkije. Luc Perceval bewerkt en regisseert Sneeuw naar de gelijknamige roman, geschreven door Orhan Pamuk. De ongrijpbaarheid en ondoordringbaarheid van de verstrengelde belangen maakt deze voorstelling tot een virtuoos meesterwerk met zoveel lagen dat de kern onzichtbaar blijft. Als kijker zit ik achterover in mijn stoel gedrukt met de hersenen op overdrive de vragen te verwerken die de voorstelling oproept.
De vriend van Ka, gespeeld door Pierre Bokma, gaat op zoek naar momenten in het leven van Ka die aanleiding zouden kunnen zijn voor zijn onfortuinlijke dood. Bokma rijgt de tijd aaneen door de vertellende vorm, in de verstilling van zijn spel tovert hij het personage Ka tevoorschijn en bevinden we ons in het verleden van Ka. Het vertellende karakter verdwijnt niet, maar blijft in de vorm van innerlijke dialogen bestaan. We zien, voelen en ruiken wie Ka is en hoe hij zich tussen de verschillende belangen beweegt. Ka doet onderzoek naar de golf van zelfdodingen onder jonge moslimvrouwen in de stad Kars. Tevens hoopt hij Ipek te vinden, een oude liefde uit zijn jeugdjaren, gespeeld door Els Dottermans. Bokma speelt Ka naïef en vertrouwenswaardig waardoor hij me het gevoel geeft verschillende belangen te kunnen verbinden. Hij zit in het complot voor een politieke coup, tijdens een theatervoorstelling, waar de zus van Ipek bij betrokken is. Hij heeft contact met Indigo, een gezochte islamitisch terrorist en een sjeik Saadettin waar hij uitspreekt tussen de Westerse en Oosterse cultuur gevangen te zitten. Hij nodigt Ipek uit mee te gaan naar zijn thuis, in Frankfurt.
De enscenering met zijn verschillende kleuren doet me denken aan de divers gekleurde stemmen van mensen waarbij nuancering ver te zoeken is. Misschien is het Ka die de nuancering brengt. Er wordt verwezen naar de lokale verkiezingen die op dat moment in het dorp gehouden worden. Maar het zijn niet alleen de politieke kleuren, ook de persoonlijke stem waaruit liefde blijkt of verlangen. De kleuren steken af door de sneeuw die voortdurend valt (niet letterlijk). De zwarte hond die een keer genoemd wordt vertegenwoordigd de schaduw. Door de felheid van de kleuren is die schaduw meer aanwezig. We moeten ons geen rad voor ogen laten draaien. Achter de lappen gebeurt steeds weer iets anders wat aan het oog onttrokken wordt en waar Ka ook geen grip op krijgt.
Het wit van de sneeuw en het wit van de sluier geeft de onschuld weer die verloren gaat doordat collectief religieuze of politieke bewegingen strijden om voorrang. Het individu kan zijn innerlijke strijd tussen eigen rede, denkbeelden en gevoel amper voeren. De Oosterse en Westerse waarden die onverenigbaar lijken en waartussen Ka gevangen zit, waarbinnen hij oprecht op zoek gaat naar zijn vorm. Bokma en Dottermans doen dit op een ontroerende, invoelbare manier. Alle andere acteurs tillen hen op door het belang wat zij vertegenwoordigen op een krachtige manier te behartigen. De zangeres Melike Tarhan geeft de voorstelling een extra paar vleugels.