
Gezien Première 17 mei, Stadsschouwburg Haarlem
De nieuwe voorstelling van Orkater, geschreven door Rob de Graaf en geregisseerd door Michiel de Regt, vertelt over een universeel thema: de verstikkende omhelzing die familie heet. Deze familie komt bij elkaar tijdens een vernissage waar het portret van de vader, Wolfgang Distel, onthuld wordt. Distel is twee jaar geleden overleden. Het portret is prominent aanwezig en de indringende blik op het portret komt direct binnen. De oudste zoon Colt, gespeeld door Jan-Paul Buijs en de moeder Adelheid, Juul Vrijdag, zijn al aanwezig. Het orkest begint met lichte muziek, het decor is helder door de lichtgroene bomen en het zonlicht wat er doorheen schijnt. Colt en zijn moeder dragen het portret met zich mee. De zwaarte die daardoor voelbaar wordt contrasteert mooi met de omringende lichtheid. ‘Ik zou vandaag niet komen’, uit Colt ongemakkelijk en in voortdurende herhaling wat ontwapend werkt. ‘Ik ben toch maar even langsgegaan, maar eigenlijk ben ik er dus niet’. Zijn kleurloze outfit, zenuwachtige trekjes en een moeder die niet reageert en in fel rood gekleed is geven duidelijk de status van beiden weer.
Als de jongste broer Semper (Mattias van de Vijver) zich bij het gezelschap voegt wordt duidelijk wat de rol van hun vader is geweest in de levens van de zoons. Voor Semper een prachtvader en voor Colt heeft hij nooit bestaan. Zoals Colt voor zijn vader ook nooit heeft bestaan. Wolfgang Distel was een belangrijk filosoof die een status hoog te houden had. Colt draagt de last van het er niet mogen zijn nog elke dag met zich mee. Semper zegt volwassen te zijn geworden, maar woont al wel jaren ver bij het gezin vandaan. In België, Wommelgem om precies te zijn, waar Colt meerdere malen de nadruk op legt. Hij voelt zich duidelijk in de steek gelaten. De moeder Adelheid spreekt indirect, via Colt, tegen Semper. Zij kan duidelijk de letterlijke en figuurlijke afstand niet overbruggen. Daar komt bij dat Semper in een rolstoel zit, mogelijk speelt dat in het contact ook een rol voor de moeder. Zij is een vooraanstaand persoon. Semper zegt alles onder controle te hebben, maar als hij hysterisch begint te huilen betwijfel ik dat. Met intimiteit weten ze zich alle drie geen raad.
Dan verschijnt Trui (Jacqueline Blom), de vroegere, een beetje truttige assistente en minnares van Distel. Zij moet verdwijnen, maar eist zachtzinnig haar plek op. Zij wil met de familie zijn voordat de andere gasten binnen komen. Vanaf dat moment verandert de dynamiek. Trui breekt dingen open, gaat de intimiteit aan met de twee jongens voor zover ze dat toelaten en openbaart de reden van de zelfmoord van Distel, waar moeder liever over spreekt als ware het een ongeluk. De jongens kunnen de openheid aan en vooral Colt lijkt erbij te gedijen. Toch blijft het een hakkelend proces waarbij ieder het verlies en gemis van Distel een plek probeert te geven. Met sarcasme en ironie over Distel en elkaar, maar soms ook harmonisch waarbij ze investeren om elkaar te horen en te zien. Al moet iemand twintig keer iets herhalen, ze geven niet op.
Allemaal zijn ze een beetje beperkt, fysiek en/of emotioneel omdat ze de last meedragen van de relatie met Distel en het verlies van deze man. In de dans met de rolstoelen zijn ze voor mij gelijk en kunnen ze, evenredig verdeeld, Distel dragen op hun schouders. De prachtige melancholische muziek en de rol die het portret van Distel speelt geven inzicht in de rouw van deze vier mensen. Het is een voorstelling die stemt tot nadenken door de eenvoud en de behouden koers, wel met het voelbare risico dat het ergens in kan zakken. Nergens schuurt het écht of leidt iets tot een stevig conflict. Desondanks houden de acteurs en muzikanten de spanning gezamenlijk goed vast en vormen ze een eenheid in betrokkenheid. Jan-Paul Buijs is voor mij absoluut de drager van het stuk door zijn humor, zijn sterke fysiek en de zichtbare ontwikkeling die zijn personage doormaakt. Uit iedere porie druipt het sarcasme en de pijn van het niet aanwezig kunnen zijn, toch lijkt deze pijn verlicht als de vernissage daadwerkelijk aanvangt.

foto sanne peper