
Gezien 4 augustus première het Amsterdamse Bostheater
Op het gecultiveerde landgoed van Sorin met wordt bij aanvang meteen de toon gezet door de eigenaar zelf in zijn strandstoel. Waar we hem gedurende de voorstelling in kunnen uittekenen en van waaruit hij ons trakteert op flauwe grappen en anekdotes. Die hij overigens zelf maar half kan navertellen waardoor het hilarisch wordt. En het is precies die hilariteit die ik nog niet eerder in een uitvoering van De meeuw heb gezien. De stukken van Tsjechov kenmerken zich door een zekere ernst, melancholie en ledigheid, ook de meeste uitvoeringen van De Meeuw hoewel deze als komedie is geschreven. Deze versie van de Meeuw van het Noord Nederlands Toneel is speels, luchtig en dynamisch.
De verhalen van Tsjechov hebben niet enorme ontwikkelingsbogen, maar gaan vooral over de dagelijkse beslommeringen die mensen in hun leven ondervinden, hoe ze deze kunnen oplossen of juist handhaven en bovenal gaan ze over menselijke verhoudingen. Sorin (Peter van Heeringen) is een man die spijt heeft van alle keuzes in zijn leven, ambtenaar geweest zijn leven lang, maar droomde van een leven als schrijver. Hij geniet nu van zijn sigaretje en drankje en van zijn eigen humor. Van Heeringen speelt dit droogkomisch met de ernst eronder zeer voelbaar, maar niettemin rollen de tranen meermaals over mijn wangen.
De hele familie verblijft elke zomer op zijn landgoed. Zijn neef Kostja (Jesse Mensah) staat op het punt zijn zelfgeschreven stuk op te voeren voor zijn moeder Arkadina (Esther Scheldwacht) die zo aankomt op het eiland. Maar het wachten is vooral op Nina (Hanna van Vliet) die de hoofdrol in zijn stuk vertolkt en op wie hij verliefd is. Van Vliet speelt Nina bevlogen, gepassioneerd en eerlijk. Een mooi jong meisje die al haar dromen nog waar kan maken. Als Arkadina opkomt, weten we zeker waar het heen gaat: deze voorstelling wordt één groot feest. Scheldwacht speelt groot, de actrice Arkadina die voor de buitenwereld alles verstopt en diezelfde buitenwereld ook het belangrijkste vindt. Ze laat ongewild haar onmacht zien door het zoveel mogelijk te bedekken. Dat is een kunst op zich. Die arme Kostja doet zijn stinkende best zijn moeder écht te zien te krijgen, maar vangt bot zodra ze enigszins openbreekt. Kostja is de enige die waarachtig is en geen spel speelt. Mensah speelt deze rol oprecht.
Van Heeringen is in zijn tweede rol, die van Ilja, de bediende van Sorin, al net zo gevat en zijn dochter Masja (Julia Diepstraten) doet qua menselijk drama ook haar duit in het zakje. Ze is al jarenlang verliefd op Kostja, maar hij ziet haar niet staan. Ze drinkt daardoor te veel en trouwt uiteindelijk maar met de leerkracht Sem (Denzel Goudmijn) van de plaatselijke basisschool die op zijn beurt alweer jarenlang verliefd is op Masja. Het fysieke spel van Diepstraten is erg krachtig, draaiend met haar voeten, dronken hangend over de heg, verlegen verliefd lachend, alles is raak. Sem blijft verlangen naar Masja, ook als ze getrouwd zijn want haar hart is voor eeuwig bij Kostja. Goudmijn speelt Sem monter en naïef. De dokter, Dorn (André Dongelmans), laveert tussen de personages met zijn kopje in zijn hand en bekijkt en becommentarieert hen. Hij is min of meer het publiek in dit gezelschap met een prettig relativeringsvermogen.
Deze heldere en dynamische uitvoering van de Meeuw verliest door de luchtigheid toch niet ernst van het stuk uit het oog. Tsjechov heeft de Meeuw dan wel als komedie geschreven, de melancholie ligt al snel op de loer. Het komedie-aspect heeft Ingejan Ligthart Schenk geslaagd in ere gehouden. De magie van de locatie zorgt voor een betoverend eind alsof Kostja opgaat in het grote geheel.
https://www.nnt.nl/voorstellingen/107730-De-meeuw

