DE REVISOR VAN HET NATIONALE TONEEL IS EEN SPEKTAKEL

232c3e91-4708-4d44-a189-9557a5a8a6fd

In de Koninklijke Schouwburg in Den Haag was ik gisteravond, 28 januari, getuige van een groots spektakel, de Revisor van het Nationale Toneel. Een heel groot deel van het ensemble speelde in deze bijna drie uur durende voorstelling geschreven door Nikolaj Gogol, geregisseerd en bewerkt door Theu Boermans. Gogol schreef dit stuk in 1836 en Boermans haalt het naar deze tijd waarin het nog steeds actueel blijkt en dezelfde psychologische processen de mens parten spelen.

In het programmaboekje staan fragmenten van een essay van Nabokov over de Revisor en daarin vertelt hij dat het stuk begint met een bliksemschicht en eindigt met een donderslag. Het geladen moment daartussenin is de tijd waarin het stuk zich afspeelt, onder voortdurende hoogspanning. Boermans heeft dit verbeeld met een groot stalen bouwwerk met tralies die voorzien zijn van ontelbare lichtjes. Het bouwwerk is ingedeeld in ruimtes door getraliede hekken die omhoog en omlaag kunnen. Het knettert van de spanning bij wisseling van scènes. Het beeld van gevangenis doemt uiteraard op, maar ook van een reservaat, een klein dorp in de middle of nowhere waar eigen regels gelden. Hoe hoog de spanning is blijkt direct als de burgemeester de gemeenteraad bijeen roept in zijn huis en aankondigt dat er een revisor op komst is. Alle leden van de raad inclusief de burgemeester zijn in alle staten, want allemaal zijn ze betrokken bij frauduleuze praktijken. Vanaf dat moment worden de intriges, geheime verhoudingen en menselijke zwakheden steeds meer zichtbaar.

Het is een klucht, een komedie, een satire met een ondertoon die er niet om liegt. Een ode aan de verbeelding en aan het onvermogen van de mens. In de symboliek van de dieren in de musical de Ark van Noach die gerepeteerd wordt voor een dorpsuitvoering zien we de spiegelbeelden metaforisch uitvergroot en zien we in wat voor poppenkast ze (en wij) leven. De kwetsbaarheid van de mens en de onschuld zien we terug in de personages Osman (Mark Rietman) en Miesje (Hannah Hoekstra) die ondanks alle ogenschijnlijke beperkingen hun eigen weg gaan en de redders blijken te zijn. Een broodnodige tegenkleur in het geheel van gespannen leugenachtige personages. Oprecht en ontroerend transparant neergezet door Hoekstra en Rietman.

We zien wat we willen zien en Olaf de Heer, de revisor en in werkelijkheid theatermaker, is een meester in het voeden van dat beeld. Heel gelaagd en meeslepend gespeeld door Joris Smit. Hij blijkt ook een soort biechtvader te zijn nadat hij zich gepresenteerd weet als de Messias die het stadje behoedt voor de val. En iedereen heeft zijn zinnen gezet op de Heer. De gedetailleerdheid en timing van de gehele cast maakt deze voorstelling ook tot een ode aan het ambacht acteren. Alle genres worden omarmt om deze bewerking vorm te geven, van klucht tot musical tot tragedie en worden virtuoos gespeeld en zijn ingenieus ingepast in deze voorstelling de Revisor. Het dialect van de Brabanders en de taalachterstand van Osman zijn geestig zonder iemand belachelijk te maken. Nergens vliegt iemand uit de bocht terwijl het geheel, in alle uitbundigheid, daartoe wel kan uitnodigen.

Alle elementen en lagen die het benoemen waard zijn passen niet in een korte recensie zoals deze. Ik kan alleen aanraden deze grenzeloos hilarische voorstelling te gaan zien en deze ode aan het ambacht en verbeelding te omarmen. Wat betreft het tonen van het onvermogen van de mens; we kijken niet alleen in de spiegel, we gaan door de spiegel heen.

http://www.nationaletoneel.nl/derevisor

 

DE REVISOR VAN HET NATIONALE TONEEL IS EEN SPEKTAKEL

WACHTEN OP DE BARBAREN VAN TONEELSCHUUR PRODUCTIES EN KORZO

Wachten-op-de-barbaren-Toneelschuur-Producties-en-Korzo-producties-foto-Sanne-Peper-4-e1453470487162-691x463

Afgelopen donderdag, 21 januari, ging Wachten op de Barbaren in première in de Toneelschuur Haarlem. Deze voorstelling is een samenwerking tussen Toneelschuurproducties en Korzo waar theater en dans samensmelten in dit verhaal, geschreven door J.M. Coetzee, geregisseerd en gechoreografeerd door Michiel de Regt en Iván Pérez. Zaterdagavond, 23 januari, zag ik de voorstelling. Het beginbeeld oogt sprookjesachtig met sneeuw die voor mijn voeten naar beneden dwarrelt. In een seconde verandert het in een spookbeeld, wat meteen angst aanjaagt en intrigeert.

De verteller, acteur Jan Paul Buijs, trekt me uit het spookbeeld met de woorden ‘ik heb nog nooit zoiets gezien’. De voorstelling opent met Kolonel Joll die op bezoek is bij de magistraat van een klein dorpje aan de grens van het Rijk om toe te zien op de veiligheid en de mogelijke vijand, de Barbaren, die nadert. Het leven kabbelt voort in dit dorp. Angstdromen over de Barbaren ontstaan door een te bezadigd leven. Angst voor het onbekende en angst voor verlies. Kolonel Joll vaardigt een bevel uit dat de Barbaren moeten worden vervolgd en een aantal mensen worden opgepakt en ondervraagd. Dit is het begin van de verandering in het leven van de magistraat die onherroepelijk is.

De voorstelling pakt de actualiteit bij de strot omdat er een vijand gecreëerd wordt die koste wat kost vernietigd moet worden en ik vraag me constant af wie nu de Barbaren zijn. De combinatie van vertelling en dans werkt goed omdat de dans beeldend maakt wat de magistraat ondergaat. Omdat Buijs mij niet altijd overtuigd in zijn vertelling over wat hij ervaart en ondergaat zijn de drie danseressen voor mij zijn alter ego’s die zijn beleving verder uitspelen. De drie danseressen Inés Belda Nachér, Majon Schot en Orla Mc Carthy werken samen met Buijs op de letterlijke en figuurlijke grens van intimiteit, bedreiging en veiligheid. De letterlijke grens, aangegeven in het decor, waarachter de Barbaren zich bevinden en de figuurlijke grens van lichamelijke intimiteit en de bedreiging van wie je bent. De danseressen zoeken in hun solo’s ook de fysieke grenzen op. De dans is krachtig en maakt de dreiging zichtbaar die de magistraat en de bevolking ondergaat, wat tegelijkertijd heel kwetsbaar oogt. De danseressen laten door de kleinste beweging een hele wereld zien. Het landschap verandert door de danseressen en zijzelf worden ook steeds naakter. Duetten zijn soms erotisch en groepsdansen een worsteling. Door een kleine wijziging in kleding en beweging is een van hen een Barbarenmeisje of zijn ze samen een inheemse groep, die dierlijk over het podium beweegt. Voor de rolwisseling van Buijs is een mooie simpele vorm gevonden en de manier waarop het Barbarenmeisje aan het woord komt maakt schrijnend duidelijk hoe weinig stem de Barbaren in dit verhaal hebben.

De dans versterkt de vertelling en dat heeft Buijs af en toe nodig omdat ik de magistraat soms niet helemaal geloof in wat hij ziet. Mogelijk kan het door de literaire taal komen, die soms wat gekunsteld overkomt maar die hij wel heel ritmisch en helder overbrengt. Ik weet het niet, maar het totaalbeeld, de muziek en deze combinatie van dans en theater hebben mij wel geraakt. Hoe in zo’n korte tijd een vreedzame samenleving onderworpen wordt aan een angstbeeld is tragisch realistisch en deze voorstelling laat heel precies zien hoe zo’n projectiemechanisme in het groot werkt.

http://www.toneelschuur.nl/theater-productie-dans/wachten-op-de-barbaren

WACHTEN OP DE BARBAREN VAN TONEELSCHUUR PRODUCTIES EN KORZO

EEN SOORT HADES IS AANGRIJPEND GEESTIG

Dec18-GZ-Een-soort-Hades-F-Roel-van-Berckelaer-SF07

Gefascineerd door de toneelschrijver Lars Norén bezocht ik een aantal weken geleden Focus Lars Norén, en gisteravond de voorstelling Een Soort Hades van Theater Utrecht, geregisseerd door Thibaud Delpeut, in de Stadsschouwburg Amsterdam. Delpeut heeft met deze regie een duidelijke boodschap voor ogen: de paradoxale opvatting binnen onze huidige maatschappij dat we onze eigen springplank naar succes zijn, maar dat deze springplank niet wordt gefaciliteerd. Daardoor is niet iedereen in staat zichzelf waar te maken omdat ze niet voldoen aan de heersende norm. Prachtig standpunt vol mededogen waar ik achter sta en van waaruit ik deze voorstelling bekijk.

Een Soort Hades gaat over een groep mensen in een psychiatrische instelling. We volgen personages die er al langere tijd verblijven of net binnen komen. De tijdsprongen zijn afwisselend klein en groot. In gesprekken of groepstherapie komen we er langzaamaan achter om welke reden ze daar verblijven. De scène waarin Axel (Peter Blok) het leven beschrijft als een waaier van handelingen, waarin er buskaarten gekocht moeten worden, je je moet aankleden en wassen, je Latijn moet bijhouden enz. raakt de kern van het onvermogen. Niet voor iedereen is dat zo vanzelfsprekend. Blok laat op aangrijpend geestige wijze zien hoe vermoeiend en zinloos het leven is. De achtergrond van geen enkel personage blijft ongemoeid behalve van Sara (Claire Bender) die puur door gestructureerde handelingen en loopjes helder laat zien geen contact aan te kunnen. Mogelijk ziet zij het meest van wat er allemaal speelt bij de anderen. Zij filmt dan ook de ontroerend pijnlijke scène tussen Julia (Wendell Jaspers) en Ulf (Vincent van der Valk) die kennismaken maar daarin spelen alsof ze al vijf jaar de beste vrienden zijn. De ziektebeelden en het toekomstperspectief van deze personages worden beeldend uitgewerkt op bijna cartooneske wijze, zeer inventief. Alle personages leven in hun eigen wereld, de enige die een boog maakt is Marie (Ilke Paddenburg) die opgenomen wordt na een zelfmoordpoging en haar vader beschuldigd van seksueel misbruik. De vader (Heijn van der Heijden) ontkent in alle toonaarden. Heeft Marie het dan toch verzonnen om te verklaren waarom ze altijd buiten de boot valt en het leven haar zo’n pijn doet?

Norén grijpt me met zijn rauwe en poëtische taal, naar het Nederlands bewerkt door Karst Woudstra. De regie van Delpeut doet recht aan Een Soort Hades vanwege het feit dat alle personages met veel compassie worden getoond. ‘De buitenkant kan je schoon wassen, maar de binnenkant niet’, zegt Marie. Daarin wordt het lijden samengevat. Ondanks de ogenschijnlijk weinige groei die de personages doormaken is er loutering op bepaalde momenten binnen de voorstelling wat inzicht verschaft. Zij leven met hun onvermogen en hun trauma’s en houden zich vast aan hun eigen waarheid omdat ze uiteindelijk niet anders kunnen.

nog tot 7 februari in de theaters: http://www.theaterutrecht.nl/voorstellingen/een-soort-hades

EEN SOORT HADES IS AANGRIJPEND GEESTIG

DE STILLE KRACHT TERUG IN STADSSCHOUWBURG AMSTERDAM

2708csstillekracht-e1442850371731

Vorig jaar oktober zag ik de voorstelling De Stille Kracht van Toneelgroep Amsterdam, die vanaf 1 oktober in Nederland te zien was en op 18 september zijn première beleefde op de Ruhrtriënnale. De roman van Louis Couperus is op een zinderende manier geregisseerd en geënsceneerd en vanaf morgen, 20 januari, weer te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam.

De roman van Couperus  verhaalt over de (soms onoverbrugbare) verschillen tussen de oosterse en westerse cultuur. Otto van Oudijck, gespeeld door Gijs Scholten van Aschat, is resident in Laboewangi op Java. In deze positie als Nederlands bestuurder staat hij boven de lokale adel die hun machtspositie wel behouden. Hij is getrouwd met Leonie (Halina Reijn), die een stuk jonger is dan hij. Zij bedriegt hem met zijn zoon Theo (Jip van den Dool) uit een eerder huwelijk en met Addy de Luce (Mingus Dagelet) die ook de dochter Doddy (Gaite Jansen) om de vinger heeft gewonden.

Oudijck ontslaat op een bepaald moment de regent, vertegenwoordiger van het lokale bestuur, vanwege gokschulden en het niet uitbetalen van ambtenaren. Prins Soenario (dubbelrol Barry Emond) houdt de regent, zijn broer, de hand boven het hoofd. Ook de wanhopige smeekbede van hun moeder, de Raden-Ajoe Pangéran (Marieke Heebink) mag niet baten om het ontslag te voorkomen. Hiermee wordt een reeks van gebeurtenissen ontketend die de stille kracht onthullen en waarmee Oudijck de ondergang van hemzelf en zijn gezin over zich afroept.

De rijke cast en de broeierige enscenering maken De Stille Kracht tot een lust voor het oog en de verbeelding. De stille kracht die raadselachtig verscholen zit in de oosterse cultuur en dominant in het bewustzijn van de Indiërs aanwezig is, waar de westerlingen vanuit hun ratio geen grip op krijgen en er om die reden lichtzinnig mee omgaan, wat zijn uitwerking heeft. Daar bovenop het klimaat en vooral regen die de westerlingen neerslaat en vermoeid waaruit blijkt dat ook de kracht van de natuurelementen een niet te ontkennen medespeler is.

De muziek van componist Harry de Wit maakt op mij indruk omdat het spel van Van Aschat, de ondergang van Van Oudijck en de compositie in het geheel samenvalt. De compositie benadrukt en zet de juiste accenten.

Tot slot laat het beeld van de rationele westerling en de mysterieuze oosterling zich in uitersten zien in de rollen van Eva Eldersma (Maria Kraakman) die zonder illusies, zonder opsmuk maar zeer modern en gericht op de ratio haar onbegrip en weerstand laat blijken en de moeder, de Raden-Ajoe Pangéran die wanhopig wil voorkomen dat onbewuste en mysterieuze krachten zich laten gelden. Zij weet wat hen te wachten staat als Oudijck zijn beslissing tot ontslag handhaaft. In deze korte scène waarschuwt zij met een verbluffende intensiteit voor de kracht die komen gaat.

In zijn totaliteit is De Stille Kracht een onderneming van formaat waarin de muziek, enscenering, voice-over en de gehele cast een prachtige eenheid vormen die ontroerend en indringend is. Alle goede bedoelingen ten spijt moeten we toegeven dat er grotere krachten werkzaam zijn dan wij kunnen vermoeden, dat we die erkennen en er vooral respectvol mee om moeten gaan.

Vanaf morgen weer te zien!  Probeer een kaartje te bemachtigen: http://tga.nl/voorstellingen/de-stille-kracht/speellijst

DE STILLE KRACHT TERUG IN STADSSCHOUWBURG AMSTERDAM

LARS NORÉN IS TERUG IN HET THEATER

 

lars-norenEn dat is maar goed ook, want de Zweedse schrijver is actueel en relevant en in zijn voorstellingen vinden we veel herkenning volgens Thibaud Delpeut (regisseur en artistiek directeur Theater Utrecht), Hein van der Heijden (acteur), Marcus Azzini (regisseur en artistiek directeur Toneelgroep Oostpool) en Kester Freriks (theaterkenner en recensent bij NRC). Allemaal zijn ze op hun eigen manier betrokken bij het werk van Norén. Joyce Roodnat (schrijfster, columniste en kunstrecensent) leidt het gesprek tijdens Focus Lars Norén in de Stadsschouwburg Amsterdam op zondagmiddag 10 januari.

Op de vraag waarom Norén vertelt Delpeut dat hij zich tijdens de repetities van een soort Hades gekend voelt door Norén. De tekst geeft hem de mogelijkheid zich direct te uiten. Er zit eerlijkheid in de tekst, in de communicatie. Azzini brengt in het najaar Demonen op de planken en vind het persoonlijke aan het werk van Norén fascinerend. Freriks zegt dat Norén je voortdurend raakt op je zwakste plek en daarnaast is het ongemeen spannend en dynamisch geschreven.

Norén (Stockholm, 1944) is een verinnerlijkt schrijver die verhaalt over het ik en het ego. Van daaruit kom je vanzelf bij de grotere thema’s die de gehele maatschappij aangaan. Hij schrijft autobiografisch. In alle stukken komen de thema’s verlatingsangst, alcoholisme, onderdrukte seksualiteit en paradoxale verlangens aan de orde. Hij richt zich op de, voor hem bedrieglijke, intimiteit van de familie en later richt hij zich ook op de maatschappelijk ontheemden in de onderlagen van de verstedelijkte Westerse samenlevingen. Norén is een groot bewonderaar van de Amerikaanse toneelschrijver Eugene O’Neill (Lange dagreis naar de nacht) en herkende zich in hem. O’Neill was een grote inspiratiebron voor hem en zijn voorstelling En geef ons de schaduwen gaat over O’Neill en zijn gezin. In wezen is het een autobiografisch stuk geprojecteerd op O’Neill. Norén spaart O’Neill daarin niet. Deze voorstelling is 24 en 25 januari te zien in Amsterdam, gespeeld door de Zweedse toneelgroep Dramaten, wat behoorlijk indrukwekkend is vertelt Freriks. Daar waar de taal van Norén vaak hard en expliciet is, is deze in En geef ons de schaduwen ingetogen en beheerst waardoor de emotionaliteit des te groter is.

In Een soort Hades, dat gaat over een groep mensen in een psychiatrische instelling, zegt een personage: ‘mensen met een moraal worden uitgestoten of opgesloten.’ Dat is de reden dat Delpeut deze voorstelling regisseert. Het gaat over een groep die het bespreken waard is. Onze maatschappij en zorgsector veranderen sterk waardoor deze groep mensen nog meer buiten de boot vallen. Hein van der Heijden speelt op dit moment in Een soort Hades en heeft door de jaren heen in veel Norén voorstellingen gespeeld. Wat hij vraagt, van zichzelf als acteur kan hij kwijt in de stukken van Norén. Het is dynamisch, het fluctueert voortdurend en technisch is de tekst uitdagend. Hij speelt vanmiddag kort een stuk uit de voorstelling Een soort Hades waarin hij van zijn dochter beschuldigd wordt van seksueel misbruik. Norén schrijft vol liefde ook al zijn de teksten hard en heftig realistisch. De grenzen worden voortdurend opgezocht en personages gaan er overheen. Desondanks zitten daar de kansen tot inzicht en groei. Er is ruimte om jezelf als mens opnieuw uit te vinden. Azzini noemt een citaat uit Demonen: ‘Scheiding is vernietiging van jezelf op dat moment, omdat de ander ook deel van jou is geworden.’ Die vernietiging geeft ruimte om een nieuw zelf te creëren.

Alle vier de gasten vertellen gepassioneerd over Norén en over de Zweedse, vaak duistere, achtergrond die in de teksten schuilgaat, hoewel het onderwerp, de mens en zijn onvermogen, universeel is. Wat mij aanspreekt is het realisme in de weergave van het onvermogen en dat een crisis je opnieuw leert kijken en ben dus ook heel benieuwd naar de verschillende voorstellingen.

Norén heeft meer dan veertig toneelstukken geschreven en hiervoor talloze prijzen ontvangen. Hij is ook actief als regisseur en schrijver van romans. Zijn werk wordt over de hele wereld gelezen en gespeeld en hij wordt over het algemeen beschouwd als dé opvolger van Ibsen en Strindberg.

op 22 januari Een soort Hades in Stadsschouwburg Amsterdam, voor alle data zie speellijst: http://www.theaterutrecht.nl/agenda

op 24 en 25 januari : http://stadsschouwburgamsterdam.nl/voorstellingen/10442-och-ge-oss-skuggorna-oneill-en-geef-ons-de-schaduwen

in het najaar 2016 Demonen van Toneelgroep Oostpool

 

 

LARS NORÉN IS TERUG IN HET THEATER

GIJSBRECHT VAN AMSTEL DOOR HET TONEEL SPEELT

download (1)

Gijsbrecht van Amstel, geschreven door Joost van den Vondel, werd 333 jaar geleden, op 3 januari 1638, voor het eerst opgevoerd tijdens de opening van de Schouwburg aan de Keizersgracht. Het was de bedoeling dat de eerste uitvoering en de opening zouden plaatsvinden tijdens kerst, maar dat werd tegengehouden door de kerkraad vanwege te veel katholiek religieuze uitingen. Helemaal verbieden konden ze het niet, daarom werd het alleen uitgesteld. Sindsdien werd het elk jaar met Nieuwjaar opgevoerd in de Stadsschouwburg tot in de jaren ‘60 van de vorige eeuw de Aktie Tomaat vernieuwingen afdwong en de Gijsbrecht, zoals het stuk ook genoemd wordt, van het toneel verdween. Toch begon het stuk vanaf 1975 zo nu en dan weer op te duiken totdat theatergezelschap het Toneel Speelt de traditie van nieuwjaarsopvoeringen vanaf 2012 in ere herstelde.

De oudste toneeltraditie van Nederland is nog van deze tijd

Muisstil is het in de zaal tijdens de voorstelling Gijsbrecht van Amstel op 3 januari 2016. De tekst vraagt om aandacht. Ze is geschreven in Alexandrijnen, zesvoetige jambische versregels in de taal van toen, wat soms lastig te volgen is. Alleen de drie reien (koorzangen) zijn door Willen Jan Otten vervangen door speciaal hiervoor geschreven Gerichte Gedichten. Desondanks is door het hedendaagse spel, het gekozen ritme in de taal en de moderne enscenering een solide brug gemaakt naar nu. Soms zijn de monologen wat langdradig. Want dat zijn het voornamelijk, achteraf verhalende monologen over handelingen en situaties die zich hebben afgespeeld in de stad.

Het verhaal bestaat uit vijf bedrijven waarin Gijsbrecht, gespeeld door Mark Rietman in de veronderstelling leeft dat de stad gered is. Het is kerstavond en Badeloch, zijn vrouw gespeeld door Jacqueline Blom heeft een angstdroom gehad waarin Machteld, haar nicht, waarschuwt voor inname van de stad. Deze angstdroom wordt waarheid en een bittere strijd volgt. Gijsbrecht probeert zijn oom Gozewijn en nichtje Klaeris uit het klooster te redden, maar deze sterven liever op die plek dan dat ze vluchten. Gijsbrecht stuurt zijn vrouw en kinderen weg uit de stad. Badeloch is wanhopig en wil haar man niet verlaten. Uiteindelijk stemt zij toe, maar dan verschijnt de aartsengel Rafaël en zegt Gijsbrecht ook te vertrekken en voorspelt dat de stad uit het stof zal herrijzen en grote voorspoed zal kennen.

Een sterke cast met naast Rietman en Blom, Daan Schuurmans als Arend van Amstel. Gozewijn van Amstel en Willebrord worden gespeeld door de innemende Jules Croiset met zijn prachtige stem. Zijn wanhoop als de inval dreigt is zeer invoelbaar. De verrassing van deze voorstelling voor mij is Julia Akkermans als een van de Reien, Klaeris van Velzen en aartsengel Rafaël. Haar kwetsbaarheid en tevens kracht brengt ze met de Gerichte Gedichten van Otten heel helder en stevig over. De tekst van de Gerichte Gedichten vind ik meesterlijk met de barensnood van de maagd Maria tijdens de geboorte van Christus als metafoor voor de inval van de vijand in de kerstnacht, en Amsterdam als buik met het klooster als de ziel van deze stad. Als de aartsengel Rafaël lijkt ze ieder moment te breken omdat ze ook nog Klaeris van Velzen verbeeldt die als oorlogsslachtoffer de meest gruwelijke dingen heeft meegemaakt. Ze is zeer overtuigend. Gijsbrecht verlaat de stad omdat God het wil.

Deze regie van Jaap Spijkers is zonder ingrijpende bewerking toch nog actueel. Waar kan je je wel en niet tegen verdedigen en wat zijn de juiste beslissingen? Vragen die ook nu gelden wat mij betreft. Helaas staat de traditie van de nieuwjaarsopvoeringen in de Stadsschouwburg op de tocht, werd verteld tijdens de inleiding, door gebrek aan subsidie. Dat zou zonde zijn omdat een traditie verbindt. Het trekt bezoekers, die door het jaar heen minder naar theater gaan, maar dit toch mee willen maken, merkte ik gisteren. Deze traditie is het behouden waard.

GIJSBRECHT VAN AMSTEL DOOR HET TONEEL SPEELT