BRUTUS, HET KLOPPEND HART VAN JULIUS CAESAR

web_2607cul-julius-caesar-002

Gezien première 3 augustus 2017, het Amsterdamse Bostheater

In het Amsterdamse Bostheater is de première van Julius Caesar, een productie van Orkater en de Amsterdamse Schouwburg, geregisseerd door Michiel de Regt. Op dit prachtige podium in het Amsterdamse Bos ziet het decor er indrukwekkend uit met vanuit de vier windstreken een pad naar het midden podium met daarop een kleuterstoeltje, wat de troon van Caesar blijkt te zijn. Vol bravoure en flamboyant komt Julius Caesar (Mattias Van De Vijver) de trap af aan de achterzijde af, alsof hij een catwalk oploopt. Duistere figuren als kraaien of vleermuizen houden Caesar amicaal vast, maar het amicale is onbetrouwbaar. Meteen staat helder vast dat dit verhaal niet goed kan aflopen. De stevige wind en invallende schemering geven dit een extra lading.

Het verhaal van Julius Caesar gaat in deze regie niet over het opkomend populisme en de autoritaire leider die daar de vruchten van plukt, maar over de tegenstanders van dit populisme die de macht weer in de handen van het volk wil leggen. Brutus (Matthijs van de Sande Bakhuyzen) voert deze tegenstanders aan, verleidt door Cassius (Charlie-Chan Dagelet). Cassius zweept Brutus op om Caesar te vermoorden en speelt in op zijn geweten. Brutus is de vertrouweling en goede vriend van Caesar. Hij houdt veel van hem, maar meer van Rome. Hij gaat mee in het plan van Cassius. Brutus is de nobele held die een innerlijke strijd levert tussen hoofd en hart.

De andere vertrouwelingen van Caesar, Marcus Antonius (Jip van den Dool) en Casca (Erik van der Horst) zijn dubbelzinnig in de liefde voor Caesar. Marcus Antonius wreekt de moord op Caesar, maar enkel en alleen om zelf de macht te verwerven. Toch kiest Marcus Antonius in zijn monoloog bij de begrafenis van Caesar krachtig en oprecht partij voor Caesar terwijl hij Brutus niet afvalt. Hij blijft herhalen hoe nobel Brutus is. Maar wat is die nobelheid waard als Caesar het toch zo goed met het volk voor had? Dat blijft in deze voorstelling ook steeds in het midden. Wat is goed en wat is kwaad? Voor wie zou ik kiezen? Van den Dool is in deze voorstelling degene die zijn rol het meest leeft. Om de kwaliteiten van de andere acteurs niet in twijfel te trekken, maar zij blijven qua rol nog aan de oppervlakte. Juist omdat het stuk in de kern over Brutus gaat zou ik meer van zijn hartenpijn willen zien. Ik hoor zijn gevecht aan maar het is lastig meevoelen. Het blijft enigszins op afstand. Wie uit deze oppervlakte wel steeds de kop opsteekt is Amarenske Haitsma. Zij speelt Calpurnia, de geliefde van Caesar. Daarnaast is ze Julius, de kreupele bediende van Brutus en Metellus Cimber, één van de bondgenoten van Brutus. Zij is een verfrissende opvallende bloem die de voorstelling zonder meer van kleur voorziet.

De vondsten in het samenspel met de muzikanten van K.O. Brass! zijn geniaal. Als één harmonieus geheel spelen de acteurs en muzikanten hun spel en muziek en tillen ze elkaar op. De instrumenten spelen hun eigen spel als bijvoorbeeld de uitzinnige menigte bij de paardenrennen als Caesar zijn kroon tot drie maal toe weigert. De ontroerende koorzang tijdens de moord op Caesar bezorgt me kippenvel. Mede omdat de moord een fraai gechoreografeerd geheel is. Zo zitten er in de gehele voorstelling visueel en dramatisch veel aantrekkelijke momenten. Het beeld van Caesar dat bloed spuwt, het overlijden van Cassius, Casca’s geestige présence en de openingsmonoloog van de kleine Caesar om er maar een paar te noemen. Het geheel is prachtig aan elkaar gesmeed, alleen het hart mag nog iets sneller gaan kloppen.

foto: Ben van Duin

https://www.orkater.nl/voorstelling/julius-caesar#speellijst

BRUTUS, HET KLOPPEND HART VAN JULIUS CAESAR

DE PINDAKAASPRINS IS VERRASSEND DYNAMISCH

 

gezien: Première 7 februari Philharmonia Haarlem

Holland Baroque, Orkater en Oorkaan zijn na een jarenlange wens de samenwerking aangegaan in de vorm van de familievoorstelling De PindakaasPrins. De leden van Holland Baroque verzamelen zich op het toneel in blauwe poncho’s en paraplu’s op hun hoofd en ik verheug me op het samenspel tussen de muzikanten en acteurs. Op de projectieschermen achter het toneel regent het geïllustreerde druppels. De muzikanten spelen het geluid van de regendruppels en het waait hard. Er was eens-niet zo heel lang geleden-een straat waar het altijd regende, dag in dag uit. In de straat stond een huis, waar altijd ruzie was. In het huis woonde een gezin: een vader, een moeder en drie kinderen: Esmaraldadina, Valentijntino en Jaak.

Het verhaal van De PindakaasPrins neemt ons mee in het leven van de drie kinderen die de voortdurende regen en de aanhoudende ruzie meer dan zat zijn. Ze denken de veroorzaker van de regen gevonden te hebben in een wijze man die woont achter het nieuwe flatgebouw, achter het winkelcentrum, achter de speeltuin in het bos. Ze klimmen op een nacht uit het raam en gaan naar hem op zoek. Langs diverse sprookjes, de reus van Klein Duimpje en lieve heksen in een snoephuisje raken ze elkaar onverhoopt kwijt in het bos. Valentijntino verdwijnt in een put en Esmaraldadina wordt opgesloten in een toren. Stoere Jaak voelt zich alleen en bevrijdt Valentijntino uit de put en kust Esmaraldadina wakker als ze versteend raakt na ontsnapping uit de toren. Dat uiteindelijk alles goed komt hoort bij een sprookje.

Maartje van de Wetering, Kaspar Schellingerhout en Erik van der Horst spelen respectievelijk Esmaraldadina, de oudste, Valentijntino en Jaak, de jongste. Met hun krachtig heldere spel zetten ze direct hoog in bij het voorstellen van de personages en dit houden ze vast tot het eind. Het huis heeft een stevige fundering. Drie kinderen met ieder uitgesproken kenmerken die tot de verbeelding spreken. Van der Horst als Jaak, die door zijn aanstekelijke enthousiasme en geestdrift een waarachtig stoere jongste is. De aandoenlijke Valentijntino die bemiddelt en de harmonie wil bewaren, en Esmaraldadina, een tabletverslaafde oudste zus die een beetje dominant is, maar voor iedereen het beste wil. Als ze gaan staken zijn ze vastberaden en eensgezind, uiteindelijk tenminste, want de strijd tussen de oudste en de jongste kan niet onbelicht blijven. Het vertelperspectief in de derde persoon schept ergens enige afstand, maar is ook herkenbaar als kinderen hun spel of vertelling samen vorm geven.

Het geheel ondersteund door bestaande muziek van onder andere Bach en Händel en nieuwe composities door Judith en Tineke Steenbrink en van der Horst, die een harmonieus geheel vormen met het spel, de tekst van Freek Vielen en de illustraties van Catharina Scholten. De choreografieën van Pim Veulings verwerkt in de voorstelling zijn innemend en kloppend, vooral de haka die ze met zijn drieën doen om de draak te verslaan is indrukwekkend. Bovendien worden alle rekwisieten vernuftig ingezet als muziekinstrument, kledingstuk of gebruikt in een choreografie.

Het is een muzikaal levendige, virtuoze en betoverende voorstelling met een uitgesproken helderheid. De regisseuse Ria Marks heeft met de veelheid aan elementen een prachtig geheel gesmeed en de mogelijke overdaad tot een overzichtelijke en transparante voorstelling teruggebracht waardoor alles op zijn plek valt.

foto’s Ben van Duin

https://www.orkater.nl/voorstelling/de-pindakaasprins

DE PINDAKAASPRINS IS VERRASSEND DYNAMISCH