EEN SOORT HADES IS AANGRIJPEND GEESTIG

Dec18-GZ-Een-soort-Hades-F-Roel-van-Berckelaer-SF07

Gefascineerd door de toneelschrijver Lars Norén bezocht ik een aantal weken geleden Focus Lars Norén, en gisteravond de voorstelling Een Soort Hades van Theater Utrecht, geregisseerd door Thibaud Delpeut, in de Stadsschouwburg Amsterdam. Delpeut heeft met deze regie een duidelijke boodschap voor ogen: de paradoxale opvatting binnen onze huidige maatschappij dat we onze eigen springplank naar succes zijn, maar dat deze springplank niet wordt gefaciliteerd. Daardoor is niet iedereen in staat zichzelf waar te maken omdat ze niet voldoen aan de heersende norm. Prachtig standpunt vol mededogen waar ik achter sta en van waaruit ik deze voorstelling bekijk.

Een Soort Hades gaat over een groep mensen in een psychiatrische instelling. We volgen personages die er al langere tijd verblijven of net binnen komen. De tijdsprongen zijn afwisselend klein en groot. In gesprekken of groepstherapie komen we er langzaamaan achter om welke reden ze daar verblijven. De scène waarin Axel (Peter Blok) het leven beschrijft als een waaier van handelingen, waarin er buskaarten gekocht moeten worden, je je moet aankleden en wassen, je Latijn moet bijhouden enz. raakt de kern van het onvermogen. Niet voor iedereen is dat zo vanzelfsprekend. Blok laat op aangrijpend geestige wijze zien hoe vermoeiend en zinloos het leven is. De achtergrond van geen enkel personage blijft ongemoeid behalve van Sara (Claire Bender) die puur door gestructureerde handelingen en loopjes helder laat zien geen contact aan te kunnen. Mogelijk ziet zij het meest van wat er allemaal speelt bij de anderen. Zij filmt dan ook de ontroerend pijnlijke scène tussen Julia (Wendell Jaspers) en Ulf (Vincent van der Valk) die kennismaken maar daarin spelen alsof ze al vijf jaar de beste vrienden zijn. De ziektebeelden en het toekomstperspectief van deze personages worden beeldend uitgewerkt op bijna cartooneske wijze, zeer inventief. Alle personages leven in hun eigen wereld, de enige die een boog maakt is Marie (Ilke Paddenburg) die opgenomen wordt na een zelfmoordpoging en haar vader beschuldigd van seksueel misbruik. De vader (Heijn van der Heijden) ontkent in alle toonaarden. Heeft Marie het dan toch verzonnen om te verklaren waarom ze altijd buiten de boot valt en het leven haar zo’n pijn doet?

Norén grijpt me met zijn rauwe en poëtische taal, naar het Nederlands bewerkt door Karst Woudstra. De regie van Delpeut doet recht aan Een Soort Hades vanwege het feit dat alle personages met veel compassie worden getoond. ‘De buitenkant kan je schoon wassen, maar de binnenkant niet’, zegt Marie. Daarin wordt het lijden samengevat. Ondanks de ogenschijnlijk weinige groei die de personages doormaken is er loutering op bepaalde momenten binnen de voorstelling wat inzicht verschaft. Zij leven met hun onvermogen en hun trauma’s en houden zich vast aan hun eigen waarheid omdat ze uiteindelijk niet anders kunnen.

nog tot 7 februari in de theaters: http://www.theaterutrecht.nl/voorstellingen/een-soort-hades

EEN SOORT HADES IS AANGRIJPEND GEESTIG

DE STILLE KRACHT TERUG IN STADSSCHOUWBURG AMSTERDAM

2708csstillekracht-e1442850371731

Vorig jaar oktober zag ik de voorstelling De Stille Kracht van Toneelgroep Amsterdam, die vanaf 1 oktober in Nederland te zien was en op 18 september zijn première beleefde op de Ruhrtriënnale. De roman van Louis Couperus is op een zinderende manier geregisseerd en geënsceneerd en vanaf morgen, 20 januari, weer te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam.

De roman van Couperus  verhaalt over de (soms onoverbrugbare) verschillen tussen de oosterse en westerse cultuur. Otto van Oudijck, gespeeld door Gijs Scholten van Aschat, is resident in Laboewangi op Java. In deze positie als Nederlands bestuurder staat hij boven de lokale adel die hun machtspositie wel behouden. Hij is getrouwd met Leonie (Halina Reijn), die een stuk jonger is dan hij. Zij bedriegt hem met zijn zoon Theo (Jip van den Dool) uit een eerder huwelijk en met Addy de Luce (Mingus Dagelet) die ook de dochter Doddy (Gaite Jansen) om de vinger heeft gewonden.

Oudijck ontslaat op een bepaald moment de regent, vertegenwoordiger van het lokale bestuur, vanwege gokschulden en het niet uitbetalen van ambtenaren. Prins Soenario (dubbelrol Barry Emond) houdt de regent, zijn broer, de hand boven het hoofd. Ook de wanhopige smeekbede van hun moeder, de Raden-Ajoe Pangéran (Marieke Heebink) mag niet baten om het ontslag te voorkomen. Hiermee wordt een reeks van gebeurtenissen ontketend die de stille kracht onthullen en waarmee Oudijck de ondergang van hemzelf en zijn gezin over zich afroept.

De rijke cast en de broeierige enscenering maken De Stille Kracht tot een lust voor het oog en de verbeelding. De stille kracht die raadselachtig verscholen zit in de oosterse cultuur en dominant in het bewustzijn van de Indiërs aanwezig is, waar de westerlingen vanuit hun ratio geen grip op krijgen en er om die reden lichtzinnig mee omgaan, wat zijn uitwerking heeft. Daar bovenop het klimaat en vooral regen die de westerlingen neerslaat en vermoeid waaruit blijkt dat ook de kracht van de natuurelementen een niet te ontkennen medespeler is.

De muziek van componist Harry de Wit maakt op mij indruk omdat het spel van Van Aschat, de ondergang van Van Oudijck en de compositie in het geheel samenvalt. De compositie benadrukt en zet de juiste accenten.

Tot slot laat het beeld van de rationele westerling en de mysterieuze oosterling zich in uitersten zien in de rollen van Eva Eldersma (Maria Kraakman) die zonder illusies, zonder opsmuk maar zeer modern en gericht op de ratio haar onbegrip en weerstand laat blijken en de moeder, de Raden-Ajoe Pangéran die wanhopig wil voorkomen dat onbewuste en mysterieuze krachten zich laten gelden. Zij weet wat hen te wachten staat als Oudijck zijn beslissing tot ontslag handhaaft. In deze korte scène waarschuwt zij met een verbluffende intensiteit voor de kracht die komen gaat.

In zijn totaliteit is De Stille Kracht een onderneming van formaat waarin de muziek, enscenering, voice-over en de gehele cast een prachtige eenheid vormen die ontroerend en indringend is. Alle goede bedoelingen ten spijt moeten we toegeven dat er grotere krachten werkzaam zijn dan wij kunnen vermoeden, dat we die erkennen en er vooral respectvol mee om moeten gaan.

Vanaf morgen weer te zien!  Probeer een kaartje te bemachtigen: http://tga.nl/voorstellingen/de-stille-kracht/speellijst

DE STILLE KRACHT TERUG IN STADSSCHOUWBURG AMSTERDAM

LARS NORÉN IS TERUG IN HET THEATER

 

lars-norenEn dat is maar goed ook, want de Zweedse schrijver is actueel en relevant en in zijn voorstellingen vinden we veel herkenning volgens Thibaud Delpeut (regisseur en artistiek directeur Theater Utrecht), Hein van der Heijden (acteur), Marcus Azzini (regisseur en artistiek directeur Toneelgroep Oostpool) en Kester Freriks (theaterkenner en recensent bij NRC). Allemaal zijn ze op hun eigen manier betrokken bij het werk van Norén. Joyce Roodnat (schrijfster, columniste en kunstrecensent) leidt het gesprek tijdens Focus Lars Norén in de Stadsschouwburg Amsterdam op zondagmiddag 10 januari.

Op de vraag waarom Norén vertelt Delpeut dat hij zich tijdens de repetities van een soort Hades gekend voelt door Norén. De tekst geeft hem de mogelijkheid zich direct te uiten. Er zit eerlijkheid in de tekst, in de communicatie. Azzini brengt in het najaar Demonen op de planken en vind het persoonlijke aan het werk van Norén fascinerend. Freriks zegt dat Norén je voortdurend raakt op je zwakste plek en daarnaast is het ongemeen spannend en dynamisch geschreven.

Norén (Stockholm, 1944) is een verinnerlijkt schrijver die verhaalt over het ik en het ego. Van daaruit kom je vanzelf bij de grotere thema’s die de gehele maatschappij aangaan. Hij schrijft autobiografisch. In alle stukken komen de thema’s verlatingsangst, alcoholisme, onderdrukte seksualiteit en paradoxale verlangens aan de orde. Hij richt zich op de, voor hem bedrieglijke, intimiteit van de familie en later richt hij zich ook op de maatschappelijk ontheemden in de onderlagen van de verstedelijkte Westerse samenlevingen. Norén is een groot bewonderaar van de Amerikaanse toneelschrijver Eugene O’Neill (Lange dagreis naar de nacht) en herkende zich in hem. O’Neill was een grote inspiratiebron voor hem en zijn voorstelling En geef ons de schaduwen gaat over O’Neill en zijn gezin. In wezen is het een autobiografisch stuk geprojecteerd op O’Neill. Norén spaart O’Neill daarin niet. Deze voorstelling is 24 en 25 januari te zien in Amsterdam, gespeeld door de Zweedse toneelgroep Dramaten, wat behoorlijk indrukwekkend is vertelt Freriks. Daar waar de taal van Norén vaak hard en expliciet is, is deze in En geef ons de schaduwen ingetogen en beheerst waardoor de emotionaliteit des te groter is.

In Een soort Hades, dat gaat over een groep mensen in een psychiatrische instelling, zegt een personage: ‘mensen met een moraal worden uitgestoten of opgesloten.’ Dat is de reden dat Delpeut deze voorstelling regisseert. Het gaat over een groep die het bespreken waard is. Onze maatschappij en zorgsector veranderen sterk waardoor deze groep mensen nog meer buiten de boot vallen. Hein van der Heijden speelt op dit moment in Een soort Hades en heeft door de jaren heen in veel Norén voorstellingen gespeeld. Wat hij vraagt, van zichzelf als acteur kan hij kwijt in de stukken van Norén. Het is dynamisch, het fluctueert voortdurend en technisch is de tekst uitdagend. Hij speelt vanmiddag kort een stuk uit de voorstelling Een soort Hades waarin hij van zijn dochter beschuldigd wordt van seksueel misbruik. Norén schrijft vol liefde ook al zijn de teksten hard en heftig realistisch. De grenzen worden voortdurend opgezocht en personages gaan er overheen. Desondanks zitten daar de kansen tot inzicht en groei. Er is ruimte om jezelf als mens opnieuw uit te vinden. Azzini noemt een citaat uit Demonen: ‘Scheiding is vernietiging van jezelf op dat moment, omdat de ander ook deel van jou is geworden.’ Die vernietiging geeft ruimte om een nieuw zelf te creëren.

Alle vier de gasten vertellen gepassioneerd over Norén en over de Zweedse, vaak duistere, achtergrond die in de teksten schuilgaat, hoewel het onderwerp, de mens en zijn onvermogen, universeel is. Wat mij aanspreekt is het realisme in de weergave van het onvermogen en dat een crisis je opnieuw leert kijken en ben dus ook heel benieuwd naar de verschillende voorstellingen.

Norén heeft meer dan veertig toneelstukken geschreven en hiervoor talloze prijzen ontvangen. Hij is ook actief als regisseur en schrijver van romans. Zijn werk wordt over de hele wereld gelezen en gespeeld en hij wordt over het algemeen beschouwd als dé opvolger van Ibsen en Strindberg.

op 22 januari Een soort Hades in Stadsschouwburg Amsterdam, voor alle data zie speellijst: http://www.theaterutrecht.nl/agenda

op 24 en 25 januari : http://stadsschouwburgamsterdam.nl/voorstellingen/10442-och-ge-oss-skuggorna-oneill-en-geef-ons-de-schaduwen

in het najaar 2016 Demonen van Toneelgroep Oostpool

 

 

LARS NORÉN IS TERUG IN HET THEATER

GIJSBRECHT VAN AMSTEL DOOR HET TONEEL SPEELT

download (1)

Gijsbrecht van Amstel, geschreven door Joost van den Vondel, werd 333 jaar geleden, op 3 januari 1638, voor het eerst opgevoerd tijdens de opening van de Schouwburg aan de Keizersgracht. Het was de bedoeling dat de eerste uitvoering en de opening zouden plaatsvinden tijdens kerst, maar dat werd tegengehouden door de kerkraad vanwege te veel katholiek religieuze uitingen. Helemaal verbieden konden ze het niet, daarom werd het alleen uitgesteld. Sindsdien werd het elk jaar met Nieuwjaar opgevoerd in de Stadsschouwburg tot in de jaren ‘60 van de vorige eeuw de Aktie Tomaat vernieuwingen afdwong en de Gijsbrecht, zoals het stuk ook genoemd wordt, van het toneel verdween. Toch begon het stuk vanaf 1975 zo nu en dan weer op te duiken totdat theatergezelschap het Toneel Speelt de traditie van nieuwjaarsopvoeringen vanaf 2012 in ere herstelde.

De oudste toneeltraditie van Nederland is nog van deze tijd

Muisstil is het in de zaal tijdens de voorstelling Gijsbrecht van Amstel op 3 januari 2016. De tekst vraagt om aandacht. Ze is geschreven in Alexandrijnen, zesvoetige jambische versregels in de taal van toen, wat soms lastig te volgen is. Alleen de drie reien (koorzangen) zijn door Willen Jan Otten vervangen door speciaal hiervoor geschreven Gerichte Gedichten. Desondanks is door het hedendaagse spel, het gekozen ritme in de taal en de moderne enscenering een solide brug gemaakt naar nu. Soms zijn de monologen wat langdradig. Want dat zijn het voornamelijk, achteraf verhalende monologen over handelingen en situaties die zich hebben afgespeeld in de stad.

Het verhaal bestaat uit vijf bedrijven waarin Gijsbrecht, gespeeld door Mark Rietman in de veronderstelling leeft dat de stad gered is. Het is kerstavond en Badeloch, zijn vrouw gespeeld door Jacqueline Blom heeft een angstdroom gehad waarin Machteld, haar nicht, waarschuwt voor inname van de stad. Deze angstdroom wordt waarheid en een bittere strijd volgt. Gijsbrecht probeert zijn oom Gozewijn en nichtje Klaeris uit het klooster te redden, maar deze sterven liever op die plek dan dat ze vluchten. Gijsbrecht stuurt zijn vrouw en kinderen weg uit de stad. Badeloch is wanhopig en wil haar man niet verlaten. Uiteindelijk stemt zij toe, maar dan verschijnt de aartsengel Rafaël en zegt Gijsbrecht ook te vertrekken en voorspelt dat de stad uit het stof zal herrijzen en grote voorspoed zal kennen.

Een sterke cast met naast Rietman en Blom, Daan Schuurmans als Arend van Amstel. Gozewijn van Amstel en Willebrord worden gespeeld door de innemende Jules Croiset met zijn prachtige stem. Zijn wanhoop als de inval dreigt is zeer invoelbaar. De verrassing van deze voorstelling voor mij is Julia Akkermans als een van de Reien, Klaeris van Velzen en aartsengel Rafaël. Haar kwetsbaarheid en tevens kracht brengt ze met de Gerichte Gedichten van Otten heel helder en stevig over. De tekst van de Gerichte Gedichten vind ik meesterlijk met de barensnood van de maagd Maria tijdens de geboorte van Christus als metafoor voor de inval van de vijand in de kerstnacht, en Amsterdam als buik met het klooster als de ziel van deze stad. Als de aartsengel Rafaël lijkt ze ieder moment te breken omdat ze ook nog Klaeris van Velzen verbeeldt die als oorlogsslachtoffer de meest gruwelijke dingen heeft meegemaakt. Ze is zeer overtuigend. Gijsbrecht verlaat de stad omdat God het wil.

Deze regie van Jaap Spijkers is zonder ingrijpende bewerking toch nog actueel. Waar kan je je wel en niet tegen verdedigen en wat zijn de juiste beslissingen? Vragen die ook nu gelden wat mij betreft. Helaas staat de traditie van de nieuwjaarsopvoeringen in de Stadsschouwburg op de tocht, werd verteld tijdens de inleiding, door gebrek aan subsidie. Dat zou zonde zijn omdat een traditie verbindt. Het trekt bezoekers, die door het jaar heen minder naar theater gaan, maar dit toch mee willen maken, merkte ik gisteren. Deze traditie is het behouden waard.

GIJSBRECHT VAN AMSTEL DOOR HET TONEEL SPEELT

DE KERSENTUIN VAN NTGENT

gezien: 22 december 2015 Stadsschouwburg Amsterdam

img3385_31

Is de bedoeling van theater dat je achterover in je stoel wordt gedrukt van ontroering of anderszins geëmotioneerd moet zijn of mag het ook zo zijn dat je uitgenodigd wordt om op het puntje van je stoel te gaan zitten omdat je in verwarring bent en het wil begrijpen. Dit is wat De Kersentuin van NTGent, geregisseerd door Johan Simons, met me doet afvragen, mede door de gesprekken die ontstaan in de foyer.

De Kersentuin is het laatst geschreven stuk van Anton Tsjechov en kondigt een nieuw tijdperk aan. Het nieuwe tijdperk in beeld gebracht door de afbraak van het oude landgoed en de opbouw van iets nieuws. Decorontwerper Muriel Gerstner heeft dit getoond door restanten van de muren van het oude landgoed te laten staan met nog een restje behang van de kinderkamer en planken die staan te wachten op een nieuwe bestemming. Het oude en het nieuwe tijdperk worden respectievelijk vertegenwoordigt door Ranevskaja (Elsie de Brauw), de landeigenares en Lopachin (Pierre Bokma), een koopman die is opgeklommen vanuit een boerenachtergrond en heldere plannen heeft met het landgoed. Ranevskaja dompelt zich onder in wanhoop en schuldgevoel en verlangt naar vergeving, maar toont geen interesse in wat voor oplossing ook die geboden wordt het landgoed te redden.

Alle personages houden vast aan wat zij kennen en/of willen, iedereen wentelt zich in zijn eigen verlangen waardoor de personages weinig tot geen verbinding met elkaar krijgen en daardoor kan ik ook moeilijk verbinding met ze maken. Sentiment en gevoeligheid zijn uit deze regie van Simons verdwenen en het is eerder een politiek geëngageerd stuk geworden. Door de afstand die dit geeft moet ik een beweging naar voren maken om ze te begrijpen en me te verbinden. Ik word niet hevig ontroerd of geconfronteerd met mijn gevoelens, maar wel wakker gemaakt in mijn gedachten over wat geld met mensen doet, wat macht is en hoe we met mensen omgaan als (nieuw) geld regeert. Ook denk ik na over hoe patronen in een mens vast gaan zitten en we om elkaar heen blijven draaien en toch vurig verlangen naar verandering. In het decor worden ze voortdurend met elkaar en hun patronen geconfronteerd omdat ze maar een meter diepte hebben om in te spelen. Ze zitten letterlijk vast in een kader.

De Kersentuin is oorspronkelijk bedoeld als komedie met elementen van een klucht en in de eerste regie van Stanislavski werd het als drama gebracht. Simons heeft de kluchtelementen behouden waardoor er veel te lachen valt. Door de onnavolgbare timing en virtuositeit van Bokma en de tegenkleur van de eigen wereld waarin de Brauw zich bevindt als Ranevskaja valt alles op zijn plaats. De rest van de cast staat ook als een huis. Vooral Benny Claessens als Trofimov, die als revolutionair pogingen doet de rest een spiegel voor te houden, maakt op mij diepe indruk.

Deze regie van de Kersentuin deed de gemoederen zoals gezegd flink oplaaien in de foyer. Van ‘de slechtste Kersentuin ooit’ tot ‘formidabel’ en ‘fantastisch’. Voor mij is deze voorstelling als een goed boek dat ik af en moet neerleggen om het te laten bezinken. Het is niet kant-en-klaar helder wat ik ervan vind of duidelijk op wat voor gebied ik word aangesproken. Dit kan in de tijd doorwerken en ik kom tot de conclusie dat ik niet altijd diep geroerd de zaal hoef te verlaten, ook al houd ik daar wel erg van. Deze voorstelling De Kersentuin van NTGent doet een beroep op iets anders en dat beroep wordt boeiend en overtuigend gedaan. Als theaterliefhebber is deze voorstelling De Kersentuin alleen al voor het formidabele acteerwerk een aanrader!

http://www.ntgent.be/nl/productie/de-kersentuin

DE KERSENTUIN VAN NTGENT

CRAZY LOVE VAN ORKATER EN THEATER BELLEVUE

Gezien: 19 december 2015 Toneelschuur Haarlem

crazy_poster_web1 (1)

Een rommelig decor met omgevallen meubilair, een verlaten kledingrek, een bureau met typemachine en veel drank heet ons welkom bij binnenkomst. Het decor lijkt eerder een einde van een voorstelling dan een begin. De voorstelling Crazy Love start met een jaren ’50 film, geprojecteerd op de achterwand. Tijdens de film komen Ria Marks en Titus Tiel Groenestege op en ze ordenen het decor, trekken een jas aan ten teken dat ze vertrekken. Ze vertrekken waar het verhaal in de film eindigt, bij een ijzingwekkende gil van een vrouw die iets afgrijselijks overkomt, en nemen ons mee in een intrigerend waargebeurd verhaal over een liefde in de tijdsgeest van toen.

Crazy Love is een energieke vertelling

Het waargebeurde verhaal van Linda Riss en Burt Pugach heeft eind jaren ’50 maandenlang de krantenkoppen beheerst in New York. Marks vertelt over de ervaringen van Linda en de keuzes die ze maakt. Ze speelt daarnaast Linda op een energieke, sensuele manier en laat zien wat haar keuzes en handelingen voor gevolgen hebben. Tiel Groenestege vertelt over Burt en zijn beweegredenen en geeft hem dan vorm op een geloofwaardige menselijke manier. Als Linda verneemt dat Burt een vrouw en kind heeft verlaat ze hem. Burt ’s obsessie voor Linda neemt groteske vormen aan, hij kan het niet aan dat zij hem niet toebehoort. Zij reist af naar Florida en bij terugkomst in New York kondigt ze de verloving aan met haar nieuwe geliefde. Dit nieuws is voor Burt niet te verkroppen en dit betekent het einde.

Ondanks de heftigheid van het verhaal valt er veel te lachen door het geestige, soms absurdistische en zeer geloofwaardige spel. De onvoorspelbaarheid van het verhaal zit in de vormgeving van de karakters, het overkomt Marks en Tiel Groenestege ter plekke wat de kracht is van het stuk ondanks de gedeeltelijke vertellersrollen.

Het spel van Marks en Tiel Groenestege sluit naadloos aan op de geprojecteerde filmbeelden en op de muziek. Het is een goed lopende eenheid en de twee acteurs zijn onderdeel van de filmbeelden en andersom. De choreografieën die in het spel zijn verwerkt zijn dynamisch en heel creatief ingepast in de filmbeelden. De lifts zijn sterk en Marks lenigheid is opvallend. Ze is als een veertje in de handen van Tiel Groenestege. Het decor wordt heel fantasierijk benut en doet dienst als kantoor, nachtclub, woning en rechtszaal als Burt wordt berecht voor zijn daden.

Ondanks de belofte van het onheilspellende begin zit er een zacht einde aan het geheel wat een ontroerend slotbeeld geeft.

Fantastische chemie tussen Marks en Tiel Groenestege

Over de chemie tussen Marks en Tiel Groenestege is veel geschreven naar aanleiding van de trilogie Valse Wals-Bankstel-Zucht, die ik helaas zelf niet heb gezien. In de voorstelling Crazy Love passen ze wederom ongekend goed bij elkaar. Het doet me denken aan een beeld in de voorstelling waar de jas die Linda uitkiest, uit het aanbod van Burt, perfect bij haar past. De jas die ze kiest accentueert haar goed gevormde lichaam, de kleur flatteert en de stof geeft haar plezier. Zo passen deze twee acteurs bij elkaar, één en al aanvulling.

Het sterke fysieke spel en krachtige dialogen met veel, soms bittere, humor is de kern van deze voorstelling Crazy Love. De visuele en auditieve kadootjes maken het geheel, naast bizar en verrassend, zeer rijk. Dit verhaal zit Marks en Tiel Groenestege als gegoten.

https://www.orkater.nl/voorstelling/crazy-love

CRAZY LOVE VAN ORKATER EN THEATER BELLEVUE

DE ACHTERKANT GESPEELD DOOR THEATERGROEP DE WARME WINKEL

Achterkant_2_Sofie-Knijff

De vier uur durende reis en zoektocht achter de schermen van de voorstelling Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam is een meesterlijke onderneming. De locatie aan de achterkant van het toneel wordt gebruikt door Ward Weemhoff en Vincent Rietveld van de Warme Winkel om te ontdekken wat de essentie en schoonheid van toneel en kunst an sich is. Als understudy’s van Ramsey Nasr en Roeland Fernhout nemen zij met een vet accent de gevestigde orde op de hak of hemelen deze juist op. Het verafgoden van onze iconen in de toneelwereld is iets wat opbouwend en afbrekend werkt en zij laten knap zien hoe. Gistermiddag 6 december was ik erbij.

De Warme Winkel werd in 2015 met de voorstelling Gavrilo Princip geselecteerd voor het Theaterfestival en Ward Weemhoff werd genomineerd voor de Arlecchino voor zijn rol in die voorstelling.

De warme winkel heeft een missie met De Achterkant

Op de website van de Warme Winkel vind ik terug dat zij ongepolijst, maar met liefde voor precisie, voorstellingen maken die vaak een zoektocht zijn naar het onderwerp. Zo proberen in een speelse, geestige en zware strijd de essentie en schoonheid ervan voor het voetlicht te brengen. De liefde voor geschiedenis die De Warme Winkel daarnaast uitdraagt past voortreffelijk bij de voorstelling aan de voorkant waarin de geschiedenis van de personages als een molensteen om hun nek hangt.

De Achterkant speelt zich af in de laadruimte achter het podium van de Grote Zaal in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Door een raam zien we een deel van het podium en wat zich daar afspeelt. Af en toe horen we technici iets zeggen door de intercom en we kijken een deel van Lange dagreis naar de nacht mee geprojecteerd op een roldeur. Gretig voorzien zij de regie, de acteurs en technici van feedback.

De geschiedenis is aan de Achterkant een inspiratiebron en onderdeel van de zoektocht. ‘Het gaat om het zoeken, zoeken, zoeken,’ zegt Rietveld in een monoloog. Tijdens De Achterkant sluit alles naadloos aan met de voorkant. Gijs Scholten van Aschat, de tank zoals Weemhoff en Rietveld hem onder andere noemen, loopt regelmatig langs en bekijkt de jongens kritisch. Er is langer bezoek van Marieke Heebink wat een ontroerende blik geeft op Weemhoff en Rietveld en ik voel dat schoonheid, verafgoding en waarachtigheid hand in hand kunnen gaan. Bovendien is het zeer geestig en voel ik veel respect voor het combineren van de twee voorstellingen.

Door te grote ego’s kunnen dingen stuk gaan wordt duidelijk in de voorstelling. Dat is niemand vreemd, maar de manier waarop zij het ons tonen is ontnuchterend en zinvol. Door te vertellen over de begrafenis van Jeroen Willems en hoe waarachtigheid en schoonheid terug te voeren zijn op het aanwezig zijn in het nu is pijnlijk treffend. In het pauzenummer laten zij in ons in een absurdistische choreografie zien hoe we onszelf in verschillende cycli steeds opnieuw kunnen uitvinden.

De voorstelling is hilarisch, ontroerend en soms vilein waarbij Weemhoff en Rietveld spelen met de reikwijdte van ethische grenzen. Maar dat brengt ons wel tot de essentie van de magie van het theater en is voor mij de missie geslaagd. Ik ga herboren de deur uit.

Er zijn nog beperkt kaarten beschikbaar:

http://www.dewarmewinkel.nl/schedule/index/?page=speellijst&evt_id=27

 

DE ACHTERKANT GESPEELD DOOR THEATERGROEP DE WARME WINKEL

LANGE DAGREIS NAAR DE NACHT VAN TONEELGROEP AMSTERDAM

lange dagreis foto 3

Als de vier meesterlijke acteurs in Lange dagreis naar de nacht samen het nummer ‘I’ll be home’ van Randy Newman zingen gaan de rillingen over mijn rug. Ze uiten het verlangen naar een thuis wat ze elkaar willen bieden. Tegelijkertijd hoor en zie je de bittere wanhoop omdat het ze niet lukt. James, vertolkt door Gijs Scholten van Aschat, gelooft volgens Mary, gespeeld door Marieke Heebink, nog steeds dat het zomerhuis een thuis is. Zoals het gezin wel meer dingen wil geloven die er niet zijn. Ze bevechten de demonen die dat geloof in de kiem smoren zodra ze elkaar, aan het begin van de voorstelling, loslaten uit een innige omhelzing.

Hoop en liefde houden de Tyrones bij elkaar

De première van Lange dagreis naar de nacht vond plaats in 2013 en dit is de derde keer dat Toneelgroep Amsterdam deze voorstelling op het toneel brengt en gisteravond, 4 december, was ik erbij in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Roeland Fernhout en Ramsey Nasr spelen respectievelijk Edmund en Jamie, de zonen van James en Mary Tyrone die er met elkaar niet in slagen het verleden te laten voor wat het is. Het verleden is het heden en de toekomst, verwoordt Mary treffend. Mary kampt met een morfineverslaving sinds de geboorte van Edmund. Als hij niet geboren was, was het allemaal anders geweest. Niemand kan er iets aan doen dat het verleden hen zo gemaakt heeft, desondanks geven ze elkaar overal de schuld van en in dezelfde zin ontkennen ze alles weer. Behalve Jamie die het meest direct is en alle precaire details op tafel legt. Hij spaart zichzelf niet, de duistere uithoeken van zijn ziel laat hij kennen in de hartbrekende en heftige waarschuwing voor zichzelf aan het adres van zijn broertje Edmund.

De drie heren van het gezin kampen met een alcoholverslaving. Allemaal hebben zij hun geesten uit het verleden te verdrijven, maar de hoop op verbetering en het verlangen naar elkaar vanuit liefde voert de boventoon. De lange wenteltrap in het toneelbeeld, die Mary steeds moeizamer beklimt om haar shot te halen en tussen de geesten te verblijven, is voor mij symbool voor het sterven. Ze zou nooit bewust een einde aan haar leven maken, maar ze wenst vurig dat de eenzaamheid ophoudt. De façade put haar uit. Edmund zal binnenkort sterven aan tuberculose wat de genadeslag is voor Mary. De diepgang en de nuances in de nervositeit en radeloosheid van Mary die Heebink aanbrengt zijn ontroerend en messcherp. Ik zal het beeld van Mary die de trap afdaalt verkerend in een andere wereld niet snel vergeten. Aangrijpend tot op het bot.

Verlangen naar verlossing

In de eenvoudige enscenering is letterlijk geen enkele uitweg uit de situatie en figuurlijk worden ze zo hevig door hun angsten en mislukkingen op de hielen gezeten dat ze niet meer kunnen stilstaan en bezinnen. De woordenstroom die alle nabijheid en zelfreflectie in de weg staat laat het gezin verdrinken in hun eigen geschiedenis. Doordat het decor sober is en er geen wisselingen zijn komt alles aan op het talent en kracht van de acteurs. Het tempo, het ritme van de tekst en het uithoudingsvermogen van de acteurs zijn fenomenaal.

Scholten Van Aschat laat mij met de monoloog van James in de val trappen die hij plaatst om zijn straatje schoon te vegen. Deze sublieme acteur laat me, ondanks de zwaarte van het geheel, ook regelmatig lachen om de botheid, onwetendheid en onverschilligheid van James. Nasr wijst me met zijn intelligente, geestige spel en stekelig cynisme van Jamie op alle trucjes en Fernhout pakt me in als gevoelige, melancholische dichter die voortdurend de verbinding zoekt in het zien en gezien willen worden. De nabijheid die Edmund zoekt sijpelt uit iedere porie van Fernhout. Ten slotte wordt de fysieke en emotionele aftakeling van Mary, in deze lange dagreis naar de nacht, volmaakt gespeeld door Heebink. Een juweel van een voorstelling waarin de verlossing een verlangen blijft.

Geschreven door Eugene O’Neill en geregisseerd door Ivo van Hove.

http://tga.nl/voorstellingen/lange-dagreis-naar-de-nacht/speellijst

LANGE DAGREIS NAAR DE NACHT VAN TONEELGROEP AMSTERDAM

I’M HERE & ÁLBUM FAMILIAR VAN CONNY JANSsEN DANST

im-here-album-familiar-van-conny-janssen-danst-zet-de-actualiteit-in-een-akelig-helder-daglicht-350x350

Conny Janssen combineert twee eerdere choreografieën uit haar repertoire in de avondvullende dansvoorstelling die ik gisteravond, 30 november, zag in de Stadsschouwburg Amsterdam. Voor deze dansvoorstelling heeft Janssen de oorspronkelijke werken I’m Here (2005) en Álbum Familiar (2001) met de ogen van nu bekeken en geactualiseerd. In I’m Here tonen dertien dansers de kille en harde werkelijkheid van het stadsleven waar het onderlinge contact moeizaam verloopt, terwijl in Álbum Familiar de warmte en het menselijke contact vanzelfsprekend zijn en centraal staan. Dit grote contrast roept bij mij vragen op over onze huidige maatschappij.

Het menselijk vermogen tot contact belicht in uitersten in I’m Here & Album Familiair

Het afstandelijke koude stadsleven weergegeven in banen van tl-licht verbeeldt als een snelweg in de verte waar mensen langslopen. Als ze elkaar passeren houden ze elkaars blik even vast of ze kijken ongezien de ander na. Soms laten ze kort iets van zichzelf zien in een solo om vlug weer door te lopen. De dertien dansers geven de angst en de afstandelijkheid weer in de dans. Ze reiken uit in prachtige lange lijnen om vervolgens ineen te krimpen. De muziek is mechanisch, soms sinister en af en toe horen we een hond blaffen in de verte. De projecties op de achtergrond geven een donker beeld van de stad. Toch ontstaat er af en toe contact. Ze vormen samen letterlijk en figuurlijk een geoliede machine die de stad laat functioneren. Als de mechanische muziek overgaat op The Hours van Philip Glass bereikt I’m Here zijn hoogtepunt. De onzichtbare muur gaat omver, de strijd lijkt voorbij en de dansers zijn op hun sterkst met elkaar en één met de muziek.

De rode gloed die na de pauze onder het gordijn vandaan straalt geeft direct een intieme sfeer. Als de gordijnen open gaan zien we een danslokaal met stoelen om de dansvloer en aan de wand vele foto’s. Het contact en de intimiteit tussen de dansers is vanzelfsprekend en de ontroerend kwetsbare stem van Beppe Costa, die live onder andere eigen nummers speelt, maakt het nog intiemer. Zijn Italiaanse klanken zijn uitnodigend voor de dansers. Het maakt ze flirterig en speels. De interactie met Costa is geestig en warm. De muziek is vrij en de dansers zijn vrij en willen dit delen met elkaar. Ze genieten van de dans en de muziek in prachtige duetten die steeds een glimlach los maken. Het virtuoze duet tussen de mannen was voor mij het hoogtepunt, een streling voor het oog en de ziel.

Janssen laat menselijk contact abstract en intiem zijn

Voor mij is de danstaal van Conny Janssen Danst vooral krachtig en dynamisch. De diversiteit van de dansers vertegenwoordigt de maatschappij en dat zorgt ervoor dat ik mee kan leven met de barrières die de personages te overwinnen hebben in de stad. Soms met een kleine kwetsbare beweging van een hand of een harde duw in de rug wordt direct het groepsproces helder gemaakt. Het is een voortdurend aantrekken en afstoten en de abstractie van de machine waarbij geen intiem contact nodig is wordt de veiligste manier van functioneren. Daartegenover staan de onzekerheid van het leven en het speelse van die ontdekkingsreis waarin je met elkaar herinneringen verzameld, weergegeven op de foto’s aan de wand. De dansers blijven krachtig, maar nu met een zacht randje. Er is ruimte en adem in de bewegingen waarin ze zichzelf durven te tonen.

We maken met elkaar geschiedenis, op een afstandelijke rauwe manier of op een intieme wijze. Wat voedt ons en waar kijken we met de meeste voldoening op terug. We hebben het nodig dat onze maatschappij functioneert als een goed lopende machine, maar dit kan niet zonder persoonlijk en intermenselijk contact en bovendien hoeft intimiteit niet vermeden te worden. Juist door die intimiteit worden we in onze kern geraakt en dat zorgt voor een liefdevoller en geestiger geheel.

http://www.connyjanssendanst.nl/voorstelling/im-here-album-familiar-2/

I’M HERE & ÁLBUM FAMILIAR VAN CONNY JANSsEN DANST

GLAZEN SPEELGOED VAN TONEELGROEP AMSTERDAM

SetRatioSize690460-GS-web-Sanne-Peper-21

Opgelucht was ik toen de voorstelling Glazen Speelgoed van Toneelgroep Amsterdam gisteravond ten einde was. Begrijp me goed, niet omdat de voorstelling niet voldoet. In tegendeel, juist omdat Amanda Wingfield, weergaloos gespeeld door Chris Nietvelt, met haar bezitterige drang om alles naar haar hand te zetten geen enkele ruimte voor anderen biedt. Ze biedt totaal geen ruimte aan de mensen die haar het liefst zijn, haar kinderen Tom en Laura, gespeeld door Eelco Smits en Hélène Devos. In het publiek krijg ik het plaatsvervangend benauwd en word ik soms razend en de hoop groeit dat de komst van Jim O’Connor, gespeeld door Harm Duco Schut, de uitzichtloze situatie perspectief geeft.

Eelco Smits en Hélène Devos lamgeslagen

‘Ik wilde in beweging vinden wat ik in de ruimte verloren was’, vertelt Tom (Smits) aan het einde van de voorstelling als hij een belangrijke beslissing heeft genomen. Smits treedt op als verteller, naast zijn rol als zoon, en kleurt beiden rijk in met zijn heldere mimiek en uitgesproken humor. De voorstelling Glazen Speelgoed zit vol prachtige poëtische zinnen, zoals bovenstaande, die vooral door Smits worden uitgesproken, wat me bekoort omdat hij een mooie ritmiek in zijn al even zo’n mooie stem heeft.

Laura (Devos) is een kwetsbaar, verlegen meisje met een handicap die, in tegenstelling tot haar moeder in haar jeugdige jaren, nog geen enkele aanbidder aan de deur heeft gehad. Dit tot grote zorg van haar moeder. Zij overtuigt Tom tot het uitnodigen van een collega met als doel Laura aan hem te koppelen. Tom worstelt met het feit dat hij een ander leven voor ogen heeft. Hij wil dichten, hij wil avontuur en zijn manipulatieve moeder staat dit in de weg. In de kern wil hij ook zijn zus niet in de steek laten. Laura ziet stil en enigszins machteloos toe. Haar glazen speelgoed biedt haar enige troost. De komst van Jim O’Connor zet alles op scherp.

De vijfde rol is weggelegd voor de afwezige vader. Deze man speelt in het leven van Amanda nog een grote rol. Van de spijt van het vallen voor alleen de charmes van deze man en niet te kiezen voor een andere aanbidder, tot de angst dat Tom zo wordt als zijn vader. Hij is voortdurend als een schaduw aanwezig.

Chris Nietvelt is niet te temmen

Dit stuk is geschreven door Tennessee Williams en is geregisseerd door de Amerikaan Sam Gold, sober en intiem verbeeld. Het is een herkenbaar verhaal, ondanks de mogelijk buitenproportionele karaktereigenschappen van Amanda Wingfield, waarin ze in de wanhoop van het bestaan een uitvlucht zoekt in de alles overheersende zorg voor haar kinderen.

Nietvelt is een meesteres in het neerzetten van de gelaagdheid van de hysterische en neurotische Amanda. Een niet te temmen vrouw, maar zeer gedoseerd gebracht. De kinderen, Smits en Devos, laten respectievelijk het vuur en de onmacht schitteren. Schut maakt een krachtige indruk als hij Laura probeert te overtuigen van haar gebrek aan zelfvertrouwen en hoe ze anders kan leren denken.

Glazen speelgoed is intiem

Wat ook stevige indruk maakt in deze regie is het licht als terugkerend element in de tekst en als instrument. Door bij de opkomst van Smits, als verteller, het zaallicht aan te laten is er direct een intimiteit die blijft bestaan. Het licht is een middel om als uitroepteken iets te benadrukken. Het glazen speelgoed hult de wereld in regenboogkleuren door het licht wat er doorheen schijnt. Dromerige Tom is voor mij het lichtpunt in de voorstelling, voor zijn zus en voor zijn moeder, maar hij kan er aan ten onder gaan. Het licht blijft me bij als metafoor voor de vraag of je kiest voor jezelf en je eigen licht of voor de zorg voor anderen.

http://tga.nl/voorstellingen/glazen-speelgoed/speellijst

img3229_31

GLAZEN SPEELGOED VAN TONEELGROEP AMSTERDAM