
Gijsbrecht van Amstel, geschreven door Joost van den Vondel, werd 333 jaar geleden, op 3 januari 1638, voor het eerst opgevoerd tijdens de opening van de Schouwburg aan de Keizersgracht. Het was de bedoeling dat de eerste uitvoering en de opening zouden plaatsvinden tijdens kerst, maar dat werd tegengehouden door de kerkraad vanwege te veel katholiek religieuze uitingen. Helemaal verbieden konden ze het niet, daarom werd het alleen uitgesteld. Sindsdien werd het elk jaar met Nieuwjaar opgevoerd in de Stadsschouwburg tot in de jaren ‘60 van de vorige eeuw de Aktie Tomaat vernieuwingen afdwong en de Gijsbrecht, zoals het stuk ook genoemd wordt, van het toneel verdween. Toch begon het stuk vanaf 1975 zo nu en dan weer op te duiken totdat theatergezelschap het Toneel Speelt de traditie van nieuwjaarsopvoeringen vanaf 2012 in ere herstelde.
De oudste toneeltraditie van Nederland is nog van deze tijd
Muisstil is het in de zaal tijdens de voorstelling Gijsbrecht van Amstel op 3 januari 2016. De tekst vraagt om aandacht. Ze is geschreven in Alexandrijnen, zesvoetige jambische versregels in de taal van toen, wat soms lastig te volgen is. Alleen de drie reien (koorzangen) zijn door Willen Jan Otten vervangen door speciaal hiervoor geschreven Gerichte Gedichten. Desondanks is door het hedendaagse spel, het gekozen ritme in de taal en de moderne enscenering een solide brug gemaakt naar nu. Soms zijn de monologen wat langdradig. Want dat zijn het voornamelijk, achteraf verhalende monologen over handelingen en situaties die zich hebben afgespeeld in de stad.
Het verhaal bestaat uit vijf bedrijven waarin Gijsbrecht, gespeeld door Mark Rietman in de veronderstelling leeft dat de stad gered is. Het is kerstavond en Badeloch, zijn vrouw gespeeld door Jacqueline Blom heeft een angstdroom gehad waarin Machteld, haar nicht, waarschuwt voor inname van de stad. Deze angstdroom wordt waarheid en een bittere strijd volgt. Gijsbrecht probeert zijn oom Gozewijn en nichtje Klaeris uit het klooster te redden, maar deze sterven liever op die plek dan dat ze vluchten. Gijsbrecht stuurt zijn vrouw en kinderen weg uit de stad. Badeloch is wanhopig en wil haar man niet verlaten. Uiteindelijk stemt zij toe, maar dan verschijnt de aartsengel Rafaël en zegt Gijsbrecht ook te vertrekken en voorspelt dat de stad uit het stof zal herrijzen en grote voorspoed zal kennen.
Een sterke cast met naast Rietman en Blom, Daan Schuurmans als Arend van Amstel. Gozewijn van Amstel en Willebrord worden gespeeld door de innemende Jules Croiset met zijn prachtige stem. Zijn wanhoop als de inval dreigt is zeer invoelbaar. De verrassing van deze voorstelling voor mij is Julia Akkermans als een van de Reien, Klaeris van Velzen en aartsengel Rafaël. Haar kwetsbaarheid en tevens kracht brengt ze met de Gerichte Gedichten van Otten heel helder en stevig over. De tekst van de Gerichte Gedichten vind ik meesterlijk met de barensnood van de maagd Maria tijdens de geboorte van Christus als metafoor voor de inval van de vijand in de kerstnacht, en Amsterdam als buik met het klooster als de ziel van deze stad. Als de aartsengel Rafaël lijkt ze ieder moment te breken omdat ze ook nog Klaeris van Velzen verbeeldt die als oorlogsslachtoffer de meest gruwelijke dingen heeft meegemaakt. Ze is zeer overtuigend. Gijsbrecht verlaat de stad omdat God het wil.
Deze regie van Jaap Spijkers is zonder ingrijpende bewerking toch nog actueel. Waar kan je je wel en niet tegen verdedigen en wat zijn de juiste beslissingen? Vragen die ook nu gelden wat mij betreft. Helaas staat de traditie van de nieuwjaarsopvoeringen in de Stadsschouwburg op de tocht, werd verteld tijdens de inleiding, door gebrek aan subsidie. Dat zou zonde zijn omdat een traditie verbindt. Het trekt bezoekers, die door het jaar heen minder naar theater gaan, maar dit toch mee willen maken, merkte ik gisteren. Deze traditie is het behouden waard.
