
Afgelopen donderdag, 21 januari, ging Wachten op de Barbaren in première in de Toneelschuur Haarlem. Deze voorstelling is een samenwerking tussen Toneelschuurproducties en Korzo waar theater en dans samensmelten in dit verhaal, geschreven door J.M. Coetzee, geregisseerd en gechoreografeerd door Michiel de Regt en Iván Pérez. Zaterdagavond, 23 januari, zag ik de voorstelling. Het beginbeeld oogt sprookjesachtig met sneeuw die voor mijn voeten naar beneden dwarrelt. In een seconde verandert het in een spookbeeld, wat meteen angst aanjaagt en intrigeert.
De verteller, acteur Jan Paul Buijs, trekt me uit het spookbeeld met de woorden ‘ik heb nog nooit zoiets gezien’. De voorstelling opent met Kolonel Joll die op bezoek is bij de magistraat van een klein dorpje aan de grens van het Rijk om toe te zien op de veiligheid en de mogelijke vijand, de Barbaren, die nadert. Het leven kabbelt voort in dit dorp. Angstdromen over de Barbaren ontstaan door een te bezadigd leven. Angst voor het onbekende en angst voor verlies. Kolonel Joll vaardigt een bevel uit dat de Barbaren moeten worden vervolgd en een aantal mensen worden opgepakt en ondervraagd. Dit is het begin van de verandering in het leven van de magistraat die onherroepelijk is.
De voorstelling pakt de actualiteit bij de strot omdat er een vijand gecreëerd wordt die koste wat kost vernietigd moet worden en ik vraag me constant af wie nu de Barbaren zijn. De combinatie van vertelling en dans werkt goed omdat de dans beeldend maakt wat de magistraat ondergaat. Omdat Buijs mij niet altijd overtuigd in zijn vertelling over wat hij ervaart en ondergaat zijn de drie danseressen voor mij zijn alter ego’s die zijn beleving verder uitspelen. De drie danseressen Inés Belda Nachér, Majon Schot en Orla Mc Carthy werken samen met Buijs op de letterlijke en figuurlijke grens van intimiteit, bedreiging en veiligheid. De letterlijke grens, aangegeven in het decor, waarachter de Barbaren zich bevinden en de figuurlijke grens van lichamelijke intimiteit en de bedreiging van wie je bent. De danseressen zoeken in hun solo’s ook de fysieke grenzen op. De dans is krachtig en maakt de dreiging zichtbaar die de magistraat en de bevolking ondergaat, wat tegelijkertijd heel kwetsbaar oogt. De danseressen laten door de kleinste beweging een hele wereld zien. Het landschap verandert door de danseressen en zijzelf worden ook steeds naakter. Duetten zijn soms erotisch en groepsdansen een worsteling. Door een kleine wijziging in kleding en beweging is een van hen een Barbarenmeisje of zijn ze samen een inheemse groep, die dierlijk over het podium beweegt. Voor de rolwisseling van Buijs is een mooie simpele vorm gevonden en de manier waarop het Barbarenmeisje aan het woord komt maakt schrijnend duidelijk hoe weinig stem de Barbaren in dit verhaal hebben.
De dans versterkt de vertelling en dat heeft Buijs af en toe nodig omdat ik de magistraat soms niet helemaal geloof in wat hij ziet. Mogelijk kan het door de literaire taal komen, die soms wat gekunsteld overkomt maar die hij wel heel ritmisch en helder overbrengt. Ik weet het niet, maar het totaalbeeld, de muziek en deze combinatie van dans en theater hebben mij wel geraakt. Hoe in zo’n korte tijd een vreedzame samenleving onderworpen wordt aan een angstbeeld is tragisch realistisch en deze voorstelling laat heel precies zien hoe zo’n projectiemechanisme in het groot werkt.
http://www.toneelschuur.nl/theater-productie-dans/wachten-op-de-barbaren
