DISTEL ONTWIKKELT ZICH SPANNINGSVOL DOCH BEHOUDEN

distel-orkater-21

Gezien Première 17 mei, Stadsschouwburg Haarlem

De nieuwe voorstelling van Orkater, geschreven door Rob de Graaf en geregisseerd door Michiel de Regt, vertelt over een universeel thema: de verstikkende omhelzing die familie heet. Deze familie komt bij elkaar tijdens een vernissage waar het portret van de vader, Wolfgang Distel, onthuld wordt. Distel is twee jaar geleden overleden. Het portret is prominent aanwezig en de indringende blik op het portret komt direct binnen. De oudste zoon Colt, gespeeld door Jan-Paul Buijs en de moeder Adelheid, Juul Vrijdag, zijn al aanwezig. Het orkest begint met lichte muziek, het decor is helder door de lichtgroene bomen en het zonlicht wat er doorheen schijnt. Colt en zijn moeder dragen het portret met zich mee. De zwaarte die daardoor voelbaar wordt contrasteert mooi met de omringende lichtheid. ‘Ik zou vandaag niet komen’, uit Colt ongemakkelijk en in voortdurende herhaling  wat ontwapend werkt. ‘Ik ben toch maar even langsgegaan, maar eigenlijk ben ik er dus niet’. Zijn kleurloze outfit, zenuwachtige trekjes en een moeder die niet reageert en in fel rood gekleed is geven duidelijk de status van beiden weer.

Als de jongste broer Semper (Mattias van de Vijver) zich bij het gezelschap voegt wordt duidelijk wat de rol van hun vader is geweest in de levens van de zoons. Voor Semper een prachtvader en voor Colt heeft hij nooit bestaan. Zoals Colt voor zijn vader ook nooit heeft bestaan. Wolfgang Distel was een belangrijk filosoof die een status hoog te houden had. Colt draagt de last van het er niet mogen zijn nog elke dag met zich mee. Semper zegt volwassen te zijn geworden, maar woont al wel jaren ver bij het gezin vandaan. In België, Wommelgem om precies te zijn, waar Colt meerdere malen de nadruk op legt. Hij voelt zich duidelijk in de steek gelaten. De moeder Adelheid spreekt indirect, via Colt, tegen Semper. Zij kan duidelijk de letterlijke en figuurlijke afstand niet overbruggen. Daar komt bij dat Semper in een rolstoel zit, mogelijk speelt dat in het contact ook een rol voor de moeder. Zij is een vooraanstaand persoon. Semper zegt alles onder controle te hebben, maar als hij hysterisch begint te huilen betwijfel ik dat. Met intimiteit weten ze zich alle drie geen raad.

Dan verschijnt Trui (Jacqueline Blom), de vroegere, een beetje truttige assistente en minnares van Distel. Zij moet verdwijnen, maar eist zachtzinnig haar plek op. Zij wil met de familie zijn voordat de andere gasten binnen komen. Vanaf dat moment verandert de dynamiek. Trui breekt dingen open, gaat de intimiteit aan met de twee jongens voor zover ze dat toelaten en openbaart de reden van de zelfmoord van Distel, waar moeder liever over spreekt als ware het een ongeluk. De jongens kunnen de openheid aan en vooral Colt lijkt erbij te gedijen. Toch blijft het een hakkelend proces waarbij ieder het verlies en gemis van Distel een plek probeert te geven. Met sarcasme en ironie over Distel en elkaar, maar soms ook harmonisch waarbij ze investeren om elkaar te horen en te zien. Al moet iemand twintig keer iets herhalen, ze geven niet op.

Allemaal zijn ze een beetje beperkt, fysiek en/of emotioneel omdat ze de last meedragen van de relatie met Distel en het verlies van deze man. In de dans met de rolstoelen zijn ze voor mij gelijk en kunnen ze, evenredig verdeeld, Distel dragen op hun schouders. De prachtige melancholische muziek en de rol die het portret van Distel speelt geven inzicht in de rouw van deze vier mensen. Het is een voorstelling die stemt tot nadenken door de eenvoud en de behouden koers, wel met het voelbare risico dat het ergens in kan zakken. Nergens schuurt het écht of leidt iets tot een stevig conflict. Desondanks houden de acteurs en muzikanten de spanning gezamenlijk goed vast en vormen ze een eenheid in betrokkenheid. Jan-Paul Buijs is voor mij absoluut de drager van het stuk door zijn humor, zijn sterke fysiek en de zichtbare ontwikkeling die zijn personage doormaakt. Uit iedere porie druipt het sarcasme en de pijn van het niet aanwezig kunnen zijn, toch lijkt deze pijn verlicht als de vernissage daadwerkelijk aanvangt.

https://www.orkater.nl/voorstelling/distel

DISTEL ONTWIKKELT ZICH SPANNINGSVOL DOCH BEHOUDEN

WACHTEN OP DE BARBAREN VAN TONEELSCHUUR PRODUCTIES EN KORZO

Wachten-op-de-barbaren-Toneelschuur-Producties-en-Korzo-producties-foto-Sanne-Peper-4-e1453470487162-691x463

Afgelopen donderdag, 21 januari, ging Wachten op de Barbaren in première in de Toneelschuur Haarlem. Deze voorstelling is een samenwerking tussen Toneelschuurproducties en Korzo waar theater en dans samensmelten in dit verhaal, geschreven door J.M. Coetzee, geregisseerd en gechoreografeerd door Michiel de Regt en Iván Pérez. Zaterdagavond, 23 januari, zag ik de voorstelling. Het beginbeeld oogt sprookjesachtig met sneeuw die voor mijn voeten naar beneden dwarrelt. In een seconde verandert het in een spookbeeld, wat meteen angst aanjaagt en intrigeert.

De verteller, acteur Jan Paul Buijs, trekt me uit het spookbeeld met de woorden ‘ik heb nog nooit zoiets gezien’. De voorstelling opent met Kolonel Joll die op bezoek is bij de magistraat van een klein dorpje aan de grens van het Rijk om toe te zien op de veiligheid en de mogelijke vijand, de Barbaren, die nadert. Het leven kabbelt voort in dit dorp. Angstdromen over de Barbaren ontstaan door een te bezadigd leven. Angst voor het onbekende en angst voor verlies. Kolonel Joll vaardigt een bevel uit dat de Barbaren moeten worden vervolgd en een aantal mensen worden opgepakt en ondervraagd. Dit is het begin van de verandering in het leven van de magistraat die onherroepelijk is.

De voorstelling pakt de actualiteit bij de strot omdat er een vijand gecreëerd wordt die koste wat kost vernietigd moet worden en ik vraag me constant af wie nu de Barbaren zijn. De combinatie van vertelling en dans werkt goed omdat de dans beeldend maakt wat de magistraat ondergaat. Omdat Buijs mij niet altijd overtuigd in zijn vertelling over wat hij ervaart en ondergaat zijn de drie danseressen voor mij zijn alter ego’s die zijn beleving verder uitspelen. De drie danseressen Inés Belda Nachér, Majon Schot en Orla Mc Carthy werken samen met Buijs op de letterlijke en figuurlijke grens van intimiteit, bedreiging en veiligheid. De letterlijke grens, aangegeven in het decor, waarachter de Barbaren zich bevinden en de figuurlijke grens van lichamelijke intimiteit en de bedreiging van wie je bent. De danseressen zoeken in hun solo’s ook de fysieke grenzen op. De dans is krachtig en maakt de dreiging zichtbaar die de magistraat en de bevolking ondergaat, wat tegelijkertijd heel kwetsbaar oogt. De danseressen laten door de kleinste beweging een hele wereld zien. Het landschap verandert door de danseressen en zijzelf worden ook steeds naakter. Duetten zijn soms erotisch en groepsdansen een worsteling. Door een kleine wijziging in kleding en beweging is een van hen een Barbarenmeisje of zijn ze samen een inheemse groep, die dierlijk over het podium beweegt. Voor de rolwisseling van Buijs is een mooie simpele vorm gevonden en de manier waarop het Barbarenmeisje aan het woord komt maakt schrijnend duidelijk hoe weinig stem de Barbaren in dit verhaal hebben.

De dans versterkt de vertelling en dat heeft Buijs af en toe nodig omdat ik de magistraat soms niet helemaal geloof in wat hij ziet. Mogelijk kan het door de literaire taal komen, die soms wat gekunsteld overkomt maar die hij wel heel ritmisch en helder overbrengt. Ik weet het niet, maar het totaalbeeld, de muziek en deze combinatie van dans en theater hebben mij wel geraakt. Hoe in zo’n korte tijd een vreedzame samenleving onderworpen wordt aan een angstbeeld is tragisch realistisch en deze voorstelling laat heel precies zien hoe zo’n projectiemechanisme in het groot werkt.

http://www.toneelschuur.nl/theater-productie-dans/wachten-op-de-barbaren

WACHTEN OP DE BARBAREN VAN TONEELSCHUUR PRODUCTIES EN KORZO