
In de Koninklijke Schouwburg in Den Haag was ik gisteravond, 28 januari, getuige van een groots spektakel, de Revisor van het Nationale Toneel. Een heel groot deel van het ensemble speelde in deze bijna drie uur durende voorstelling geschreven door Nikolaj Gogol, geregisseerd en bewerkt door Theu Boermans. Gogol schreef dit stuk in 1836 en Boermans haalt het naar deze tijd waarin het nog steeds actueel blijkt en dezelfde psychologische processen de mens parten spelen.
In het programmaboekje staan fragmenten van een essay van Nabokov over de Revisor en daarin vertelt hij dat het stuk begint met een bliksemschicht en eindigt met een donderslag. Het geladen moment daartussenin is de tijd waarin het stuk zich afspeelt, onder voortdurende hoogspanning. Boermans heeft dit verbeeld met een groot stalen bouwwerk met tralies die voorzien zijn van ontelbare lichtjes. Het bouwwerk is ingedeeld in ruimtes door getraliede hekken die omhoog en omlaag kunnen. Het knettert van de spanning bij wisseling van scènes. Het beeld van gevangenis doemt uiteraard op, maar ook van een reservaat, een klein dorp in de middle of nowhere waar eigen regels gelden. Hoe hoog de spanning is blijkt direct als de burgemeester de gemeenteraad bijeen roept in zijn huis en aankondigt dat er een revisor op komst is. Alle leden van de raad inclusief de burgemeester zijn in alle staten, want allemaal zijn ze betrokken bij frauduleuze praktijken. Vanaf dat moment worden de intriges, geheime verhoudingen en menselijke zwakheden steeds meer zichtbaar.
Het is een klucht, een komedie, een satire met een ondertoon die er niet om liegt. Een ode aan de verbeelding en aan het onvermogen van de mens. In de symboliek van de dieren in de musical de Ark van Noach die gerepeteerd wordt voor een dorpsuitvoering zien we de spiegelbeelden metaforisch uitvergroot en zien we in wat voor poppenkast ze (en wij) leven. De kwetsbaarheid van de mens en de onschuld zien we terug in de personages Osman (Mark Rietman) en Miesje (Hannah Hoekstra) die ondanks alle ogenschijnlijke beperkingen hun eigen weg gaan en de redders blijken te zijn. Een broodnodige tegenkleur in het geheel van gespannen leugenachtige personages. Oprecht en ontroerend transparant neergezet door Hoekstra en Rietman.
We zien wat we willen zien en Olaf de Heer, de revisor en in werkelijkheid theatermaker, is een meester in het voeden van dat beeld. Heel gelaagd en meeslepend gespeeld door Joris Smit. Hij blijkt ook een soort biechtvader te zijn nadat hij zich gepresenteerd weet als de Messias die het stadje behoedt voor de val. En iedereen heeft zijn zinnen gezet op de Heer. De gedetailleerdheid en timing van de gehele cast maakt deze voorstelling ook tot een ode aan het ambacht acteren. Alle genres worden omarmt om deze bewerking vorm te geven, van klucht tot musical tot tragedie en worden virtuoos gespeeld en zijn ingenieus ingepast in deze voorstelling de Revisor. Het dialect van de Brabanders en de taalachterstand van Osman zijn geestig zonder iemand belachelijk te maken. Nergens vliegt iemand uit de bocht terwijl het geheel, in alle uitbundigheid, daartoe wel kan uitnodigen.
Alle elementen en lagen die het benoemen waard zijn passen niet in een korte recensie zoals deze. Ik kan alleen aanraden deze grenzeloos hilarische voorstelling te gaan zien en deze ode aan het ambacht en verbeelding te omarmen. Wat betreft het tonen van het onvermogen van de mens; we kijken niet alleen in de spiegel, we gaan door de spiegel heen.
http://www.nationaletoneel.nl/derevisor
