
Gezien première 19 maart, Toneelschuur Haarlem
Mugmetdegoudentand geeft drie vrouwen het podium in De Freudjes, geen familie. Lineke Rijxman, Ariane Schluter en Karina Smulders spelen de drie Freudjes, zussen Mathilde, Anna en Renée, die allen op hun eigen manier hard werken het leven vorm te geven. Van zelfreflectie is geen sprake behalve op de heftige breekpunten. De verzorger, het slachtoffer en de carrièrevrouw tegen wil en dank worden fysiek, emotioneel en tekstueel zonder meer treffend neergezet. Dit zorgt voor tranen van het lachen en diepe ontroering.
We zien een doodgewone huiskamer in het huis van Mathilde. Een trap naar boven waar de onzichtbare moeder in een kamertje ligt na een beroerte. Een kleine sofa, een eettafel, een keukenblok en een dressoir vol met schone lakens en een voorraad voedsel. Anna (Schluter) logeert bij Mathilde na een heftige break met haar man, Hugo, die niet is vreemdgegaan, maar haar heeft ingeruild voor een jongere versie van haarzelf. Mathilde (Rijxman) zorgt op bijna mechanische wijze voor haar zieke moeder en staat bij aanvang de korstjes van een wit bolletje te halen met een dromerige blik in haar ogen. Anna vertelt iets over wat ze leest, ze wil een blinde-geleidepup, maar het dringt nauwelijks tot Mathilde door. Totdat de bel gaat en Renée, de jongste, voor de deur staat. ‘Lieve, gekke Freudjes van me’, ze maken alle drie een krachtige knijpbeweging met de vuisten en daar staan ze. De introductie van de zussen is glashelder.
De tekst van Joan Nederlof heeft een meesterlijke timing en de regie van Lineke Rijxman is er een met briljante vondsten: de manier waarop Mathilde en Renée de verrassing voor Anna, die Hugo voor de deur achterlaat, een tijd verbergen. De pillendoos die doorgenomen wordt en wat ze wanneer het beste kunnen nemen. De euthanasie die besproken wordt door Anna en Renée en de beweegredenen om het door te zetten en Mathilde daarin te laten toestemmen. Ze manipuleren elkaar voortdurend en wisselen elkaar in als een andere medestander gunstiger is, want dat ze voor hun eigen belang gaan is klaar. Toch hebben ze behoefte elkaar echt te zien en van elkaar te houden. Ondanks de weerstand doen ze een verwoede poging dat ook echt te laten lukken. Het overlevingspatroon kan kort aan de kant gezet worden. Alles veranderd of toch niet. Het wanhopig mooie einde met Mathilde op de trap met het pakje hopjesvla blijft me dat doen afvragen.
Rijxman, Schluter en Smulders hebben de zussen bestaansrecht gegeven met al hun neuroses, projecties en overlevingspatronen. Dit hebben ze krachtig en vol mededogen gedaan. Het niet naar elkaar luisteren en in hun eigen mantra blijven steken is hilarisch uitvergroot, maar genadeloos herkenbaar. De verwarring die over de euthanasie ontstaat bij Mathilde zie ik niet aankomen, alsmede haar sadistische trekjes niet en hoe zit dat nu met de kinderen van Anna?
De oprechtheid waarmee deze personages zijn vormgegeven blijft me bij. En respect voor Mathilde die tot slot niet meer wil luisteren naar de lawine van woorden van Anna en de kruimeldief naast haar oor zet totdat zij uiteindelijk ook vertrekt. De paradox van verrast worden door de personages die tegelijkertijd aan alle verwachtingen van het type voldoen is de voedingsbodem voor mijn onophoudelijke lach en de ontroering die vooral Mathilde bij me oproept. Deze voorstelling werkt louterend en is een absolute aanrader.
http://www.mugmetdegoudentand.nl/voorstelling/92/de-freudjes-geen-familie
